Uw zoekopdracht

Geschiedenis van Scheveningen

Gepubliceerd: 02 september 2009 Laatste wijziging: 08 september 2011

Lees meer over de geschiedenis van deze wijk

Ooit was Scheveningen een vrij geïsoleerd gelegen vissersdorp, dat van Den Haag gescheiden werd door een brede duinstrook. Thans is dat dorp geheel opgenomen in de Haagse agglomeratie.

Gezicht op het dorp Scheveningen met op de achtergrond de pier, ca. 1911. IMF-nr.: 87246

Bestuurlijk is het trouwens altijd al van Den Haag afhankelijk geweest. Het oude dorp ligt tegenwoordig ingeklemd tussen een aantal scherp getrokken grenzen: de zee, het tracé van tramlijn 11 en de loop van het Kanaal tussen Den Haag en Scheveningen. Binnen die grenzen is opmerkelijk genoeg weinig eenheid te bespeuren. Scheveningen-Dorp heeft een sterk verbrokkeld karakter. Een verklaring hiervoor vinden we niet alleen in de opeenvolgende ontwikkelingsfasen die het dorp heeft doorgemaakt, maar ook in een serie uiterst ingrijpende saneringen en doorbraken.

Ontstaan

De oudste vermelding van de naam Scheveningen dateert van ca. 1280. Van een dorp met die naam horen we echter pas iets rond het midden van de 14de eeuw. Vermoedelijk heeft het zijn ontstaan te danken aan de opkomst van Den Haag, dat een afzetgebied vormde voor de vis en de vissersbevolking daarmee een economische basis verschafte.

De omvang van het dorp was en bleef lange tijd - d.w.z. tot aan de 19de eeuw - uiterst gering. Meer dan drie straten waren er niet: de belangrijkste straat was de Keizerstraat; ten zuidwesten lagen de Weststraat en de Torenstraat (nu het stuk van de Jacob Pronkstraat dat tegenover de Oude Kerk ligt). Wél zouden er oorspronkelijk, naar het verhaal wil, tussen de kerk en de zee nog enkele straten hebben gelegen, die door de zee in 1570 werden weggeslagen tijdens de beruchte Allerheiligenvloed.

Tot aan 1800 zou het aantal huizen daarna praktisch constant blijven en de 250 niet overschrijden. De bevolking telde in de 17de eeuw nog geen 1000 zielen. Het dorp kreeg een nieuwe impuls nadat in 1665 op initiatief van Constantijn Huygens tussen Den Haag en Scheveningen een uitstekend begaanbare straatweg was aangelegd. Tot dan toe hadden twee mulle zandpaden voor een gebrekkige verbinding gezorgd.

Scheveningen werd nu, hoe bescheiden ook, meer dan voorheen een uitgaansoord voor de Hagenaars. In 1680 werden er al zeven herbergen en wijnhuizen geteld, en in de Keizerstraat verschenen nerinkjes met souvenirs en eetwaren. Mogelijk ligt hier een gedeeltelijke een verklaring voor de groei van het aantal inwoners, dat van 2000 in 1750 toenam tot 4000 in 1825.

Onstuimige groei in de 19de eeuw

Zoals gezegd was het aantal huizen tot aan de 19de eeuw vrij stabiel gebleven. De bebouwing van de Keizerstraat liep, gezien vanaf de zee, nauwelijks verder dan het Kolenwagenslag en de Marcelisstraat. De bebouwing was daarbij voornamelijk geconcentreerd in het gebied tussen de Keizerstraat en de Weststraat, al verscheen ook aan de andere zijde van de Keizerstraat, rond de Marcelisstraat en de Werfstraat, na 1800 een bebouwing van aanvankelijk verspreid liggende huisjes.

De opkomst van Scheveningen als badplaats, begonnen in 1818 met de opening van het badhuisje van Jacob Pronk, vormde de eerste aanzet tot een explosieve groei. Direct en indirect profiteerde het dorp mee, al concentreerde het badgebeuren zich op den duur steeds meer rond het op enige afstand gelegen badhuisje (later het Stedelijk Badhuis).

Wat deze laatste ontwikkeling betreft, ook het succes van de badinrichting van A.E. Maas, die tussen 1844 en 1862 aan het eind van de Keizerstraat was gevestigd, kon haar uiteindelijk niet tegenhouden. Daarbij kwam dat de oude Scheveningseweg en de Keizerstraat niet langer de enige weg naar zee vormden sinds de aanleg in 1835 van de nieuwe Badhuisweg die vanuit Den Haag rechtstreeks naar het Stedelijk Badhuis voerde. De meeste en de beste hotels verrezen tenslotte niet in het oude dorp, maar rond het Badhuis (dat in 1884 door het Kurhaus werd vervangen). Maar ook de expansie die de visserij na de liberalisering van de visvangst in 1857 doormaakte, zorgde voor een flinke toename van de plaatselijke bevolking.

Scheveningse vrouwen op de boulevard, ca. 1901. IMF-nr.: 77515

Als resultaat van deze ontwikkelingen groeiden dorp en badplaats in snel tempo naar elkaar toe, vooral langs de kuststrook. Trouwens, Den Haag rukte na 1860 eveneens in hoog tempo in de richting van de zee op. Het oude dorp breidde zich eerst uit aan weerszijden van de Keizerstraat. De open ruimten werden volgebouwd met een wirwar van hofjes en sloppen, vóór 1850 vooral in het gebied tussen de Keizerstraat en de Weststraat, en daarna aan de andere zijde van de Keizerstraat, langs de Wassenaarsestraat, de Werfstraat en de Marcelisstraat.

De loop van het Kanaal tussen Den Haag en Scheveningen - dat tegen 1860 gereed was gekomen - en het tracé van de stoomtram van de HIJSM (nu tramlijn 11) vormden met de Duinstraat de eerste begrenzingen. De bebouwing uit die tijd bestond voornamelijk uit de traditionele kleine eengezinswoninkjes die vaak niet meer dan één kamer telden. In de laatste decennia van de vorige eeuw groeide het dorp vooral landinwaarts, in de richting van de Duinweg, de Badhuisstraat en de Kanaalweg. Rond 1900 was Scheveningen al volkomen met Den Haag vergroeid.

Saneringen tussen 1910 en 1940

De woontoestanden waren in het dorp verre van florissant, vooral in 'west', het alleroudste deel tussen de Keizerstraat en de Weststraat. Het overgrote deel van de woningen was gelegen in sloppen en hofjes, was bouwvallig en meestal veel te klein. Er waren kamers met een oppervlakte van niet meer dan 5m2. Teveel mensen woonden er samen in veel te beperkte ruimtes. Bijna de helft van de huisjes was overbevolkt. De hygiënische toestanden lieten dan ook vaak alles te wensen over. Goed sanitair ontbrak meestal en tijdens de cholera-epidemieën in de 19de eeuw had Scheveningen dan ook trieste records gevestigd.

De woningwet van 1901 verschafte de hulpmiddelen om hierin verbetering te brengen. Na een aarzelend begin pakte de gemeente Den Haag de zaken grondig aan. In 1914 begon men met de onteigening en sloop van het gehele gebied tussen de Keizerstraat en de Jacob Pronkstraat. In feite betekende dat het einde van het meest historische deel van het dorp. Voor de opvang van de bevolking bouwde men vervolgens voorbij het Afvoerkanaal de geheel nieuwe wijk Duindorp.

Aleer het hele proces van onteigening, sloop en nieuwbouw in 'west' was afgerond schreef men 1939. Een frisse nieuwbouwwijk was het resultaat. Het enige dat toen nog in de verte aan het oude Scheveningen herinnerde, was de relatieve kleinschaligheid van het stratenplan.

In 'oost', het gebied aan de andere kant van de Keizerstraat, had een ingreep van een totaal andere aard plaatsgevonden. Daar had men niet alleen een aantal slechte woningen opgeruimd, maar bovendien een vrij brede verkeersweg aangelegd die van de Scheveningseweg naar het Gevers Deynootplein voerde. In 1912 was men begonnen met de onteigening en sloop en in 1927 werden de laatste woningen aan de nieuwe Jurriaan Kokstraat opgeleverd. In totaal werden er voor 1940 niet minder dan 1050 woningen in Scheveningen-Dorp afgebroken.

De periode na 1945

Door de Tweede Wereldoorlog werd het saneringsproces noodgedwongen stopgezet. Onmiddellijk na de bevrijding vergde het herstel van de oorlogsschade de eerste aandacht. In de jaren zestig werd bij de Haringkade en de Badhuisstraat weer een aanzet tot vernieuwing gegeven. Dat gebeurde op een wijze die voor die jaren kenmerkend was, namelijk door grootschalige flatbouw.

Toen men zich in de jaren zeventig ging bezinnen op een integrale aanpak van Scheveningen als geheel, besefte men hoe verbrokkeld het uiterlijk van het dorp was geworden. De 20ste-eeuwse nieuwbouw sloot qua karakter veelal slecht aan bij de oudere bebouwing. Zo onderkende men nu dat de Jurriaan Kokstraat in feite een betreurenswaardige verstoring van het oude stratenpatroon vormde. Daarnaast vroegen de in 'oost' gelegen oudere woonbuurten dringend om een opknapbeurt, terwijl ook voor het verkeer een oplossing moest worden gevonden.

De in 1975 door de gemeenteraad aanvaarde structuurschetsen van Scheveningen wezen de richting aan waarheen men de ontwikkeling wilde sturen. Het dorp moest vooral geen geïsoleerd geheel worden. Integendeel, heel Scheveningen, zowel badplaats als dorp, moest worden gezien als één groot woon-, werk- en recreatiegebied aan zee. En hoewel het dorp in de eerste plaats een belangrijk woongebied was met een geheel eigen karakter, vormde het met zijn winkelstraten - de Keizerstraat en de Badhuisstraat - en zijn historische kern een aantrekkelijk stedelijk gebied, ook voor toeristen en dagjesmensen.

Belangrijk uitgangspunt bleef echter de verbetering van de woonsituatie. Aan sanering en nieuwbouw zou daarbij niet altijd te ontkomen zijn, maar van belang was daarbij wel dat het bestaande kleinschalige karakter gehandhaafd bleef en dat doordachte oplossingen de bestaande contrasten meer met elkaar in harmonie zouden brengen. Een probleem vormde het verkeer: moest er een rondweg komen of moest men pogen het rijverkeer zoveel mogelijk te spreiden?

Tenslotte werden in 1979 en 1980 voor respectievelijk 'west' en 'oost' bestemmingsplannen vastgesteld. In Scheveningen-dorp-West, dat al voor de Tweede Wereldoorlog zo'n radicale sanering had ondergaan, hoefde aan de bebouwing zelf weinig te worden veranderd. Het ging daar vooral om een betere inrichting van de openbare ruimten.

In 'oost' waar de oudste bebouwing stond, was de sanering veel urgenter. De eerste opknapbeurt was daar al in 1973 van start gegaan in het gebied rond de Zeilstraat en de Ankerstraat. Een aparte moeilijkheid was dat 'oost' in feite een sterk verbrokkeld gebied vormde waar ieder onderdeel om een eigen oplossing vroeg: sanering, nieuwbouw, renovatie of herinrichting van de openbare ruimte. Dat waren vaak kleinschalige oplossingen die alleen maar tot stand konden worden gebracht door een goede samenwerking tussen gemeente, architecten en bewoners.

U kunt meer lezen over Scheveningen in:

  • J.C. Vermaas, Geschiedenis van Scheveningen. 's-Gravenhage 1926. 2 dln.
  • H. Rosse, Plan voor den wederopbouw van de badplaats Scheveningen. Den Haag 1945.
  • 'Scheveningen, onmisbaar element.' In: 's-Gravenhage 10 (1955), afl. 5.
  • A. Pronk en P.J. Ritsema, Scheveningse bijnamen en scheldnamen. [Z.pl.] 1965.
  • T.J. van Leeuwen, Scheveningen in oude prenten. Den Haag 1968.
  • E.M.C.M. Janson, Scheveningen. Uit de geschiedenis van een vissersdorp. [Z.pl.]. 1974.
  • Scheveningen. Een inventarisatie van waardevolle architectuur en woonbuurten. 's-Gravenhage 1976. Rapport van de werkgroep inventarisatie Scheveningen.
  • C.H. Slechte, Scheveningen tussen twee wereldoorlogen. Het dorp, de visserij, de badplaats in de jaren 1918-1940. Den Haag 1978.
  • R. van Lit, Scheveningen een badplaats in beeld. Den Haag 1981
  • M. Nooren en A. Jansen, Scheveningen rond kerk en Kurhaus. Weesp 1983.
  • H. Slechte, De modernisering; leven en werken op Scheveningen, 1880-1920. Rijswijk 1996.
  • P. Spaans en G. van der Toorn, Vertel mij wat van Scheveningen .... z.p. 1998.
  • P. Spaans, Scheveningen Sperrgebiet. 's-Gravenhage 1983.
  • D. Roeleveld, De Scheveningse woordenschat. Scheveningen 1986.
  • P. Spaans, Op z'n Schevenings. 's-Gravenhage 1985.
  • Wim de Koning Gans, Scheveningen in oude foto's: de badplaats in beeld, 1860-1960. Den Haag 1996.
  • Wim de Koning Gans, Scheveningen in oude foto's: het dorp, het Renbaankwartier, Belgisch Park, Duindorp en de haven, 1860-1950, Den Haag 1998.
  • Scheveningse Koerier, 1937-1964, zeer incompleet.

Stuur artikel door

*verplicht

Volg DenHaag.nl

Altijd op de hoogte blijven van Den Haag en de ontwikkelingen in de stad? Meld u aan voor de nieuwsbrief @DenHaag.nl. Of volg ons op Twitter of Facebook!

Stadspanel

Denk mee over Den Haag. Geef u op voor het Haags stadspanel. En maak kans op een jaar lidmaatschap van de Openbare Bibliotheek.