Uitkering en samenwonen

De gemeente kijkt voor uw uitkering of u met andere volwassen personen samenwoont. En of u samen 1 huishouden heeft. Deze informatie is belangrijk om te bepalen hoeveel uitkering u krijgt. Soms kunt u helemaal geen uitkering meer krijgen.

Dit geldt voor:

  • Bijstand
  • Bbz
  • IOAW
  • IOAZ

Bij uw aanvraag voor een uitkering kijkt de gemeente of u 1 huishouden heeft. Dat is bijvoorbeeld als u samenwoont en:

  • samen de kosten betaalt of op een andere manier voor elkaar zorgt
  • getrouwd bent of de laatste 2 jaar getrouwd bent geweest
  • de afgelopen 2 jaar samen 1 uitkering had
  • een samenlevingscontract of geregistreerd partnerschap heeft
  • samen een kind erkend heeft

De gemeente gaat in deze situaties uit van de Begin link: bijstandsnorm voor ‘gehuwden’, einde link.. Ook als u niet meer getrouwd bent.

U heeft géén huishouden samen als u woont met:

  • uw vader of moeder
  • uw kind (ook als uw kind 18 jaar of ouder is)
  • een kamerhuurder die voor huur betaalt
  • een kostganger die kost en inwoning betaalt
  • iemand die elke dag uw zorg nodig heeft, of iemand waarvan u zelf elke dag zorg nodig heeft

De gemeente kijkt in deze situaties of er meerdere volwassen personen van 27 jaar of ouder in 1 huis wonen. Ook dan kan de uitkering per persoon omlaag gaan. De gemeente gaat ervan uit dat u de woonkosten met elkaar kunt delen. Dit heet de kostendelersnorm. Meer informatie vindt u op Begin link: Uitkering en kostendelersnorm, einde link..

Met een uitkering mag u een kamer verhuren in het huis waar u zelf woont. Dat heet hospitaverhuur. Bij hospitaverhuur:

  • woont u zelf ook in het huis
  • deelt u de keuken, wc en badkamer
  • heeft u een huurovereenkomst met de persoon die bij u woont
  • betaalt de persoon die bij u woont huur aan u
  • als u meer dan 1 kamer verhuurt: de gemeente mag 2 keer een deel van uw huurinkomsten niet meetellen. Dat deel gaat niet van uw uitkering af.

Heeft u een uitkering en verhuurt u een kamer? Dan mag u sinds 1 april 2026 tot € 150 per maand houden.
Dit bedrag gaat niet van uw uitkering af.

Zorgt u ook voor de boodschappen, het eten en schoonmaken? Dan geeft u kost en inwoning. U mag dan tot € 415 per maand houden. De rest geeft u aan de gemeente door als inkomsten uit verhuur. Dit komt bij de inkomsten die u al heeft.

Als u een kamer verhuurt, krijgt u meer inkomsten. Misschien kunt u sommige kortingen of toeslagen dan niet meer krijgen. Ook kan uw uitkering lager worden. Praat hierover met de gemeente.

Vraag eerst of u een kamer mag verhuren aan uw verhuurder of bij wie u uw hypotheek heeft. Kijk ook naar de Begin link: regels van de gemeente bij hospitaverhuur, einde link..

Is de persoon die in de kamer gaat wonen familie? Als u samen gaat wonen met uw vader, moeder, kind, opa, oma, kleinkind, broer of zus, gelden de regels voor de Begin link: kostendelersnorm, einde link..
 
Lees meer op Begin externe link: Wat moet ik weten als ik een hospitakamer wil verhuren(Externe link), eind externe link. (Rijksoverheid).

In Den Haag mag u samenwonen op proef. U mag dan maximaal 6 maanden samenwonen zonder dat dit gevolgen heeft voor uw eigen uitkering. Tijdens deze proeftijd merkt u of het samenwonen werkt. Meer informatie vindt u op Begin link: Bijstand en samenwonen op proef, einde link..

Gaat u samenwonen of een kamer verhuren? Laat het de gemeente weten via het Begin link: wijzigingsformulier, einde link..

Een medewerker van de gemeente kijkt altijd naar uw persoonlijke situatie. Heeft u vragen over samenwonen en uw uitkering? Bel dan de klantenservice op (070) 752 63 00. Dat kan van maandag tot en met vrijdag van 8.30 uur tot 17.00 uur.

Contact

Hoe kunnen we helpen?

Telefoon

14070