
Gepubliceerd: 31 augustus 2009 Laatste wijziging: 08 oktober 2010
In het centrum van Den Haag staat ‘de Haagse toren’, zoals de Grote of Sint Jacobskerk ook wel wordt genoemd. In de Haagse toren hangt al sinds de 15e eeuw een carillon.
In 1420 begon men met de bouw van een zeskantige toren bij de Grote Kerk in Den Haag. De toren werd niet alleen als klok gebruikt, maar ook als uitkijkpost voor vijandelijke invallen uit zee. Dat was voor de Haagse graaf een goede reden om de bouw te steunen.
De toren kreeg waarschijnlijk meteen al een paar luidklokken en een uurwerk. Enkele klokjes speelden vóór de uurslag een eenvoudig melodietje, de zogenaamde ‘voorslag’. Maar de toren bleef niet lang staan: in 1539 brandde hij gedeeltelijk af na een blikseminslag.
De landsheer in Den Haag, Keizer Karel V, trok zijn portemonnee en steunde daarmee het herbouwen van de toren. De toren kreeg van Karel V een nieuwe luidklok die burgers bij gevaar kon waarschuwen. Jan en Jasper Moer uit Den Bosch bouwden de klok in 1541. De klok hangt nog steeds in de Haagse toren. De klok weegt ongeveer 6000 kilo. Op de klok is de oudste afbeelding van een Haagse ooievaar te vinden.
In die tijd groeide het aantal ‘voorslagklokjes’ uit tot een carillon, waarop muziekstukken konden klinken. Deze oude beiaard bestaat niet meer. In 1686 gaf het stadsbestuur de opdracht om een nieuw carillon in de Haagse toren te hangen. Dit carillon werd gegoten door Melchior de Haze in Antwerpen. Het bestond uit 37 klokken.
In 1956 werd het carillon uitgebreid naar 51 klokken door het bedrijf Koninklijke Eijsbouts uit Asten. Van de 51 klokken hangen er 47 in de spits van de toren. Dat is duidelijk te zien vanaf de straat. De 4 grote klokken hangen op de ‘luidzolder’, een paar etages onder de spits van de toren. Tussen de luidzolder en de spits staat het klavier waarmee het carillon met de hand bespeeld kan worden.
Tegenwoordig is er een automatisch carillon. Dat klinkt iedere dag, elk kwartier, van 's morgens 8.15 tot 's avonds 21.00 uur. De melodieën worden gespeeld door een grote trommel, die als een soort speeldoos werkt. De Haagse smid Libertus van der Burgh bouwde de trommel in 1689 in zijn werkplaats in het Spuikwartier bij de Nieuwe Kerk.
De trommel is ongeveer een meter breed en 1.90 meter in doornsnee en telt ongeveer 14.500 gaten. Daarin kunnen verplaatsbare pennen worden gestoken, die bij het draaien van de trommel hamers optillen. Bij het terugvallen slaan de hamers de klokken aan. Elke januari, mei en september wisselen de melodieën zich af. Dit gebeurt door het plaatsen van de pennen in andere gaten, het zogenaamde ‘versteken’.
Uit een archiefstuk uit 1566 blijkt dat het carillon al eeuwenlang wordt bespeeld op de Haagse marktdagen: maandag en vrijdag. Sinds 1956 speelt de beiaardier ook op woensdag. Op alle 3 de dagen wordt er gespeeld van 12.00 tot 13.00 uur.
Sinds de 16e eeuw heeft het carillon in de Haagse toren maar 20 beiaardiers gehad. Van Hendrik Krayenbrink weten dat hij het langste in de Haagse toren speelde: tussen 1778 en 1824. De huidige beiaardier, Heleen van der Weel, speelt al sinds 1975 op het carillon. Wilt u meer weten over de beiaardiers? Bekijk dan het overzicht van klokkenisten en beiaardiers.
In Den Haag is een aantal straten vernoemd naar organisten en klokkenisten van de Grote Kerk. In de muziekwijk in Waldeck (stadsdeel Loosduinen) liggen nu straten die vernoemd zijn naar oud-beiaardiers Pieter de Vois, Stephanus Cousijns, Albertus Freese, Albertus Groneman en Aeneas Veltkamp.
Rond de Grote Kerk 12
2513 AM Den Haag
Postadres:
Postbus 555
2501 CN Den Haag
Telefoon: (070) 302 86 30
E-mail: info@grotekerkdenhaag.nl
Website: www.grotekerkdenhaag.nl
De kerk organiseert rondleidingen op afspraak.