
Gepubliceerd: 19 september 2011 Laatste wijziging: 14 oktober 2011
Het conflict tussen kerk en burgers in de 16de eeuw zorgt voor slechte tijden. In de 17de eeuw wordt Den Haag weer het belangrijkste bestuurscentrum en is er economische groei.
In de eerste helft van de 16de eeuw kenden de Nederlanden een opmerkelijke bloei van wetenschap en cultuur. Deze bloei was al in de Bourgondische tijd gestart. Wetenschap en cultuur werden zwaar getroffen tijdens de Opstand. Kerk en burgers stonden tegenover elkaar. Kunstenaars en hoogleraren trokken van Zuid naar Noord op zoek naar veiligheid en vrijheid van expressie. Het dorp Die Haghe en zijn inwoners overleefden het maar net. Na zware oorlogsjaren van 1566 tot 1598 begon de Gouden Eeuw.
Toen Holland onderdeel werd van de Bourgondische Nederlanden, was Den Haag voor lange tijd ondergeschikt aan andere steden. Dankzij de Opstand verkreeg Den Haag, als bestuurscentrum van het machtigste gewest in de Republiek, opnieuw een centrale status. De Staten-Generaal vergaderen hier sinds 1588 tot op de dag van vandaag. Voor de hernieuwde status van Den Haag als belangrijkste bestuurscentrum betekende dat veel rijke en machtige lieden uit de Republiek en daarbuiten er een woning bezaten. Hierdoor groeide de rijkdom in de stad. Den Haag werd een echte hofstad waar kunst en ambacht bloeiden als nooit tevoren.
In 1613 werd gestart met de werkzaamheden om Den Haag beter te beveiligen. Er zouden geen vestingmuren worden opgetrokken, maar rondom Den Haag zou een brede singelgracht worden aangelegd. Deze moest het dorp een beetje veiligheid geven tegen Spanjaarden, plunderaars en ander gespuis. De singelgrachten zijn nu nog steeds goed te zien zijn.
Altijd op de hoogte blijven van Den Haag en de ontwikkelingen in de stad? Meld u aan voor een van de nieuwsbrieven.
Of volg ons op Twitter of Facebook!