
Gepubliceerd: 14 februari 2012 Laatste wijziging: 20 februari 2012
Paragrafen zijn geestdodend. Rechtswetenschap is saai. Dergelijke (voor)oordelen over de juristerij zijn wijdverbreid. Want het recht, en dan met name het volkenrecht, is gecompliceerd.
Misschien lag het daaraan dat een belangrijk vonnis dat onlangs geveld werd door het in het Haagse Vredespaleis gevestigde Internationale Gerechtshof (IGH) van de Verenigde Naties (UNO), in de Nederlandse media zo weinig weerklank vond.
Ik heb het over het IGH-vonnis in een rechtszaak tussen de Bondsrepubliek Duitsland en Italië. Het ging om het volgende: de Duitse Wehrmacht richtte in 1944 in Civitella in Toscane een bloedbad aan. De nazaten van de slachtoffers van deze oorlogsmisdaad dienden een eis tot schadevergoeding in. Ze werden in het gelijk gesteld door een Italiaanse rechtbank, die oordeelde dat ze schadevergoeding konden eisen van de huidige Duitse regering in Berlijn. Berlijn wees de claim af, en wel om twee redenen: de Bondsrepubliek heeft in 1961 aan Italië voor alle oorlogsmisdaden van de nazi’s een schadevergoeding van 40 miljoen Duitse mark betaald. Ten tweede: een staat is volgens het volkenrecht immuun voor dergelijke eisen die door privé-personen worden ingediend.
De 15 rechters van het IGH, onder leiding van de Japanner Hisashi Owada, volgden de argumentatie van Duitsland volledig. Ze bevestigden het immuniteitsprincipe van de staat voor dergelijke schadeclaims die door privé-personen wegens oorlogsmisdaden aan staten worden ingediend. Duitsland is de nazaten van de slachtoffers van het Wehrmacht-bloedbad van 1944 in Italië geen extra individuele schadeloosstelling verschuldigd.
Het vonnis is historisch. Waarom? Als de IGH-rechters namelijk anders geoordeeld hadden, dan zou een peiler van het internationale volkenrecht zijn ingestort. Een stortvloed van aanklachten van privé-personen tegen staten zou het gevolg zijn geweest. Een juridische tsunami zou de wereld hebben overspoeld. Miljoenen Chinezen zouden een aanklacht hebben kunnen indienen tegen de regering in Tokio vanwege de Japanse bloedbaden in China in 1937-1945. Vele Indonesiërs zouden Nederland hebben kunnen aanklagen wegens de zogenaamde ‘politionele acties’ tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd in 1945-1949. Duitsers, Hongaren, Tsjechen en Slowaken zouden Rusland hebben kunnen aanklagen vanwege de bloedige onderdrukking van de volksopstanden, in 1953 in Oost-Berlijn, in 1956 in Boedapest, in 1968 in Praag.
Het is niet voor te stellen wat er op de Balkan zou zijn gebeurd: een golf van aanklachten van Kroaten tegen de Servische en Bosnische staat, van Serviërs tegen de Bosnische en Kroatische staat. Dit IGH-vonnis heeft dat alles kunnen voorkomen. Het verstevigt de architectuur van het volkenrecht.
Altijd op de hoogte blijven van Den Haag en de ontwikkelingen in de stad? Meld u aan voor een van de nieuwsbrieven.
Of volg ons op Twitter of Facebook!