
Gepubliceerd: 05 augustus 2011 Laatste wijziging: 24 april 2012
De Bijenkorf van P.L. Kramer is een belangrijk voorbeeld van de Amsterdamse School architectuur. Deze is in Den Haag zeldzaam. Het gebouw is bijzonder rijk uitgevoerd en geeft een goed beeld van het hoge peil van de kunstnijverheid op dat moment.
De doorbraak van de Grote Marktstraat in 1924 maakte het voor de directie van de Amsterdamse Bijenkorf mogelijk een prijsvraag uit te schrijven voor de bouw van een groot ‘warenhuis annex modemagazijn’. Een jury, waarin de architecten H.P. Berlage en J. Gratama zitting hadden, bekroonde het functionalistische ontwerp van J.F. Staal. Hoewel de Bijenkorf-directie waardering had voor het ontwerp van Staal, dat werd gekenmerkt door strakke gevels met veel glas en een toren boven de ingang, beschouwde zij de architectuur te weinig passend voor een warenhuis. Ze besloten om het ontwerp van Kramer uit te voeren.
Het warenhuis heeft een betonnen skeletconstructie, die door metselwerk aan het zicht wordt onttrokken. De gevel heeft op de begane grond grote glazen etalages in stalen kozijnen en wordt door een doorlopende luifel gescheiden van de massieve bovenbouw. Deze bovenbouw bestaat uit golvende bakstenen muurvlakken, afgewisseld door hoge glas-in-loodvensters met bronzen omlijstingen. Beide zijden worden beëindigd door gebeeldhouwde natuurstenen sculpturen. De gevelbeëindigingen en de terugliggende bovenste verdieping zijn geheel in natuursteen uitgevoerd. Veel kunstenaars hebben meegewerkt aan het rijke beeldhouwwerk aan de gevels, onder wie Hildo Krop, John en Toon Rädecker en H.A. van den Eynde.
Het oorspronkelijke interieur bestond uit een groot aantal gaanderijen rondom een veelhoekige vide met expressionistisch vormgegeven balustrades. De verschillende afdelingen waaronder een hoedensalon, een oosterse tapijtzaal, een kunstzaal en een lunchroom, waren bereikbaar door trappenhuizen. De betimmeringen van de verschillende verkoopruimtes waren uitgevoerd in kostbare houtsoorten. De levensmiddelenafdeling was bekleed met “Delftsche tegels”. Op het dak van het warenhuis bevond zich een dakterras. Bij de opening in 1926 had de Haagse Bijenkorf in Nederland een technische primeur: een roltrap.
Bij een grote verbouwing in 1962 is de oorspronkelijke vide geheel verdwenen. Alleen de hoofdtrap en de oorspronkelijke glas-in-loodvensters zijn bewaard gebleven. De trap is gemaakt van Padouckhout met houtsculpturen van H.A. van den Eynde, die ook meewerkte aan het beeldhouwwerk aan de gevels. Het gebrandschilderde glas in het trappenhuis is van de hand van J. Gidding, P. Hofman en J. Linse en beeldt een ‘hoorn des vooruitgangsovervloed’ uit. In 1995 is een iets kleinere, ovale lichthal teruggebracht met roltrappen aan beide zijden.
De Haagse Bijenkorf is een van de laatste gebouwen waarin de bijzondere vormentaal van de Amsterdamse School volledig tot zijn recht komt.
P.L. Kramer, 1924-1926, Amsterdamse School
Grote Marktstraat 55
2511 BH Den Haag
Altijd op de hoogte blijven van Den Haag en de ontwikkelingen in de stad? Meld u aan voor een van de nieuwsbrieven.
Of volg ons op Twitter of Facebook!