
Gepubliceerd: 13 juli 2010 Laatste wijziging: 28 februari 2012
Als Fré Beijerling, oprichter en artistiek leider van ‘Stichting Haags Kinderatelier, ook voor jongeren’ praat over kunsteducatie, bedoelt ze educatie óver kunst. ‘Kinderen en jongeren zijn creatief maar maken zelf geen kunst. We laten ze er wel mee kennismaken, en we hopen dat dat een verrijking van hun leven is.’
‘We koppelen workshops aan kunstlessen en we hopen dat kinderen en jongeren in die praktijk ontdekkingen doen, dat de kennis over kunst hen goeddoet, dat misschien hun eigen creativiteit geprikkeld wordt, of dat ze zelf initiatief gaan nemen om meer kennis op te zoeken.’
Onbekend maakt onbemind. Dat geldt ook voor kunst. Daarom vindt Beijerling het van levensbelang dat de eerste ontmoeting met kunst positief uitpakt. ‘De eerste ervaring moet altijd raak zijn. Vaak is het de enige aanraking met kunst, daar moeten kinderen echt met enthousiasme aan terugdenken. We gaan niet doen wat zij toch al leuk vinden, we laten ze van zichzelf verbaasd staan. In de VMBO-hoek wordt bijvoorbeeld gauw de jongerencultuur gevolgd. Wij gaan niet op de knieën, wij gaan een lastiger weg met veel meer resultaat’.
Het Haags Kinderatelier is begonnen met programma’s voor kinderen, maar ging al vrij snel ook voor jongeren werken. ‘Ook voor jongeren’ staat sindsdien achter de naam van de stichting. Een kleine helft van het aanbod is bestemd voor scholen, de ruime helft voor aanbod in de vrije tijd.
Fré Beijerling: ‘Het gaat bij ons niet in de eerste plaats om het aanleren van vaardigheden. We geven dus geen cursussen beeldhouwen of modeontwerpen. Wel workshops óver sculptuur, architectuur of mode, op het leerniveau van de kinderen of de jongeren.’ De workshops worden gegeven in het eigen atelier aan de Van Speykstraat, maar ook in tijdelijke ateliers in Den Haag Zuid-West, Bouwlust, Moerwijk, Mariahoeve en in de zomer op het Lange Voorhout.
In het programma ‘peuterkost’ wordt op die manier gewerkt met materialen, gekoppeld aan een verhaaltje. Er wordt gekeken naar materiaal en vorm, naar eigenschappen als hard-zacht of ruw-glad. In ‘kleuterkost’ zijn de onderwerpen iets ruimer en kijken de kinderen naar voorwerpen, dieren en mensen uit hun eigen omgeving.
Groep 2-3 gaat aan de slag met ‘wereldsprookjes’. Beijerling: ‘Kinderen kijken wat ze overdag zoal tegenkomen en hoe dat zou zijn als ze in een andere omgeving zouden wonen; op een berg, in de tropen, aan zee. Eten, werken of leren gaat daar anders.’ Die manier van kijken gaat verder bij de ‘kunstkennertjes’ (7-9 jaar), die actief aspecten van het leven in andere culturen gaan onderzoeken: ‘De vormgeving en decoratie in wonen, kleding, rituelen, manieren om je groep of dorp te onderscheiden; bijvoorbeeld in de tropen, op Groenland, of in Spakenburg.’
De leeftijd 10-12 jaar gaat in ‘bekijk ’t even’ op zoek naar hedendaagse kunst van over de hele wereld. Kunstenaars van nu worden gekoppeld aan andere invloeden. Zo wordt de link gelegd tussen Brancusi en Etruskische beelden, of tussen Niki de St. Phalle en vliegers.
‘In het vrijetijdsaanbod ga je in zeven jaar de hele wereld over, maar dat kan in het basisonderwijs ook. Voor scholen leveren we maatwerk. We spelen dus in op wat scholen willen. Soms krijgen we de vraag "we willen een kunstenaar uit Japan die nu beroemd is, of we werken deze maand over de zee, of over Egypte, kunt u daar iets mee?" Nou en of we dat kunnen! Van vrijwel elk onderwerp is een boeiende beeldende workshop te maken.’
‘Daarvoor proberen we precies in te schatten wat het niveau van de kinderen is, wat ze van thuis en van school al meegekregen hebben. Als we eenmalige workshops geven, overleggen we tot we de keuze helemaal goed hebben. Maar scholen kopen soms ook hele programma’s in, zoals het omgevingsproject Wijk Af, of de biotopen Oceanië, Amazonia of Savanne. We doen iets wat meerwaarde heeft, wat leerkrachten op de school zelf niet kunnen doen.’
In de leeftijd 13 -15 jaar kiezen jongeren voor culturele en kunstzinnige vorming (CKV) onder de noemer ‘ArtAttack’ uit disciplines als mode, meubelontwerpen of duurzaam bouwen. De leeftijd 15 - 18 jaar tenslotte richt zich vooral op omgevingskunst, vaak met een link met het eindexamen.
Fré leidt mij rond langs vele tientallen werkstukken. Overeenkomst is het zichtbare plezier, waarmee kinderen van de meest onwaarschijnlijke materialen iets moois hebben gemaakt. Daarnaast is het niveau soms opvallend hoog. Het kinderatelier steekt dan ook veel tijd in overleg met de scholen. Hoewel er een vast programma-aanbod is, KunstMobiel, weet je als school dat je bij het Haags Kinderatelier, ook voor jongeren, toch vooral maatwerk krijgt.
Altijd op de hoogte blijven van Den Haag en de ontwikkelingen in de stad? Meld u aan voor een van de nieuwsbrieven.
Of volg ons op Twitter of Facebook!