skip_navigation_text skip_navigation_text
  • NL Nederlands
  • lees voor
  • rss
Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht

Stadsbeiaardier Gijsbert Kok wil inspelen op actualiteit

Gepubliceerd: 31 januari 2012 Laatste wijziging: 07 februari 2012

Gijsbert Kok (1963) nam op 1 januari het stokje over van Heleen van der Weel als stadsbeiaardier van Den Haag. Denhaag.nl stelt hem aan u voor.

Gijsbert Kok (foto Peter van Oosterhout)
Gijsbert Kok (foto Peter van Oosterhout)

Waarom koos je voor het vak van beiaardier?

'Ik ben behalve beiaardier ook organist en docent muziektheorie. Ik studeerde orgel aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, maar van het orgel alleen kun je als musicus niet leven. Er is wel een relatie tussen beiaard en orgel. Allebei hebben ze voetpedalen, de toren zit meestal aan de kerk vast, het is allebei zelfstandig werk, beide lenen zich voor veel soorten muziek.'

Na het conservatorium en militaire dienst ging Gijsbert naar de beiaardschool in Amersfoort. 'Om te oefenen gingen we in het bos naar het zogenaamde Belgenmonument. In de Eerste Wereldoorlog kwamen veel Belgische vluchtelingen naar die streek en die hebben geld ingezameld voor een monument uit dankbaarheid. Dat monument heeft een carillon met een lichte klank. Tegenwoordig hebben ze daar dure villa’s vlakbij gezet en is de toren van buiten dichtgemaakt, zodat je het carillon alleen nog binnen hoort. En in de toren van het centrum van Amersfoort liep je dan stage.'

Je bespeelde tot voor kort vooral het carillon in Weesp, maar was ook beiaardier van onder andere Bergen, Voorschoten, Weesp en Zoetermeer. Vanwaar de overstap?

'In Weesp speelde ik 1 keer per week, hier kan het vaker. Hier is ook een zwaardere beiaard, lager van toonhoogte. Dat klinkt wel imposant, en ik kan er ander repertoire op spelen.'

(Voor de muziekkenners: het klavier van een beiaard begint altijd op de C, maar de grondtoon van de klokken is niet altijd een C. Daardoor speelt de beiaardier feitelijk in een andere toonhoogte. In Weesp spelen de klokken bijvoorbeeld een septiem hoger dan in Den Haag.)

Psalmen en schlagers

Welke carillons bespeel je in Den Haag?

'De Grote Kerk en de Oude Kerk in Scheveningen. Heleen blijft het carillon van het Vredespaleis bespelen. Scheveningen heeft 37 klokken tegenover 51 in Den Haag, bovendien is de stemming hoger. Ik kan er dus andere muziek op spelen. In Scheveningen ben ik van plan met regelmaat een psalm of gezang te spelen, maar in de zomer misschien ook een schlager of iets anders lichtvoetigs voor de toeristen.'

'Ook in Den Haag wil ik graag met thema-bespelingen aansluiten op wat er in de stad gebeurt. Tijdens het Holland Dance Festival speel ik bijvoorbeeld een keer balletmuziek.'

Speel je anders dan we van Heleen gewend zijn?

'Natuurlijk heb ik een andere manier van spelen, maar ik speel ook ander repertoire. Ik ga natuurlijk de bieb in voor de muziek van Oh Oh Den Haag, maar er is ook veel repertoire dat origineel voor beiaard geschreven is. Beiaardmuziek komt vooral uit Nederland, Vlaanderen en Amerika, en ik speel relatief meer Amerikaanse stukken.'

Waarom komt de muziek juist uit die landen?

'Daar zijn de meeste beiaarden. Ze zijn tot bloei gekomen in ‘de Nederlanden’. In de Middeleeuwen gaven klokken voor het eerst de tijd aan. Om te voorkomen dat je na afloop dacht: “hoeveel keer sloeg hij eigenlijk?” speelden ze vooraf automatisch een melodietje af. Toen steden als Antwerpen, Brugge en Dordrecht steeds rijker werden, kregen ze ook steeds meer klokken. Vanaf 1510 hebben mensen bedacht dat je er ook een klavier aan zou kunnen hangen om zelf te spelen.'

'Het was heel moeilijk om een klok een zuivere toon te laten voortbrengen. De klokkengieters Hemony uit Lotharingen reisden in de 17e door Nederland en goten de klokken ter plekke in het zand. Hun klokken waren beter gestemd. Ze werden zo populair dat ze niet meer weggingen.'

Picknicken bij het carillon

'In Amerika zijn carillons sinds de Eerste Wereldoorlog, toen veel Amerikanen in Europa hadden gevochten. Een rijke Amerikaan vond die carillons wel charmant en wilde dat ook. In Amerika waren in de jaren 1920-1940 vooral Engelse klokkengieters actief. Je hebt daar veel grote en zware carillons, heerlijk om op te spelen. Eerst speelde men er vooral Vlaamse stukjes, na de Tweede Wereldoorlog steeds meer eigen werk.'

'In Nederland spelen carillons vooral folklore boven het stadslawaai uit, in Amerika staan de carillons vaak midden in een park of op een campus. Mensen komen daar echt met een paar 100 naar een bespeling om te luisteren en misschien te picknicken. Hier in Den Haag is het carillon ook vrij groot en zwaar, dus het leent zich prima voor die echte concertstukken. Maar ik speel ook wel de muziek die je op de steigers hoort hoor!'

Stuur artikel door

*verplicht