
Gepubliceerd: 18 augustus 2009 Laatste wijziging: 15 maart 2011
Het Haagse grondwatersysteem zit best ingewikkeld in elkaar. Het hoge duingebied reageert anders op regenval, dan de meer landinwaarts gelegen gebieden.
In het duingebied zakt regenwater meteen door het zand naar beneden. Daardoor stijgt de grondwaterstand heel snel. In de stad komt de regen in sloten of de riolering terecht.
Ook zakt een klein deel in de veen- of kleibodem. Dit zorgt ook voor een stijging van de grondwaterstand. Maar niet zo snel als in de duinen. Het bovenste grondwater stroomt vanuit het duingebied langzaam door de ondergrond naar de sloten, grachten en vaarten.
In sommige gebieden zakt het grondwater langzaam weg naar de bodem. Dit wordt ‘wegzijging’ genoemd. ‘Kwel’ is het tegenovergestelde. Daar stijgt het water vanuit de ondergrond en vult het bovenste grondwater aan.
Het duingebied en de oudere delen van de stad hebben wegzijging. Polders hebben vaak kwel. Heel langzaam zakt het grondwater vanuit de duinen in de richting van de polders. Het afgevoerde grondwater wordt weer aangevuld als het regent.
De langzame stromingen in de bodem hebben op een aantal plaatsen verstoringen. Daar bestaat de bodem uit compacte, waterdichte veenlagen.
Den Haag kent 5 zones waar het grondwater op een vergelijkbare manier reageert: