Bijstand en medebewoners

Hoe meer personen van 21 jaar of ouder in 1 huis wonen, hoe lager de bijstandsuitkering per persoon wordt. Dit heet de kostendelersnorm. Dit geldt ook als u een IOAW- of een IOAZ-uitkering ontvangt.

De kostendelersnorm gaat ervan uit dat als u met meerdere volwassen personen van 21 jaar en ouder op 1 woonadres woont, u de woonkosten met elkaar kunt delen. De kostendelersnorm is een onderdeel van de Participatiewet.

Belangrijke informatie: Niet alle personen tellen mee voor de kostendelersnorm.

Personen die niet onder de kostendelersnorm vallen

  • Jongeren tot 21 jaar.
  • Mensen die bij de gemeente staan ingeschreven als getrouwd of samenwonend en niet met andere meerderjarige personen hun woning delen.
  • Studenten die een opleiding volgen die recht kan geven op studiefinanciering of tegemoetkoming studiekosten.
  • Studenten die de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) volgen.
  • Kamerhuurders en kostgangers die een normale (commerciële) prijs betalen voor de kamer en/of voor kost en inwoning.

Wijzigingen doorgeven

Wijzigt er iets in uw woonsituatie? Geef dat dan direct door via het wijzigingsformulier.

Voorbeelden van wijzigingen:

  • Er komt een nieuwe medebewoner/meerderjarig kind bij u inwonen.
  • Een medebewoner of uw kind verhuist.
  • Uw medebewoner/meerderjarige kind gaat studeren.
  • Uw medebewoner/meerderjarige kind stop met studeren, wijzigt van studie of gaat deeltijd studeren.
  • Er verandert iets in de financiële situatie van uw medebewoner/meerderjarige kind.

Hoogte van uw bijstandsuitkering

De bijstandsuitkering wordt afhankelijk van het aantal inwonende volwassen personen verlaagd tot het in de tabel genoemde percentage.

Aantal personen van 21 jaar of ouder in 1 huishouden Bijstandsnorm per persoon Totale bijstandsnorm als alle personen bijstand ontvangen
1 70% 70%
2 50% 100%
3 43,3% 130%
4 40% 160%
5 38% 190%

De hoogte van uw uitkering hangt af van uw persoonlijke situatie. Hieronder vindt u een aantal praktijkvoorbeelden van verschillende huishoudsamenstellingen:

  • Voorbeeld 1: een echtpaar met een bijstandsuitkering heeft een inwonende zoon van 23 jaar oud die een fulltimebaan heeft. Omdat de zoon volwassen is en ouder is dan 21, telt hij mee als kostendelende medebewoner. Dit betekent dat de bijstandsuitkering van het echtpaar lager wordt.
  • Voorbeeld 2: een alleenstaande vrouw van 35 jaar met een bijstandsuitkering woont samen met haar vader, die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. De vader telt mee als kostendelende medebewoner. Dit betekent dat de bijstandsuitkering van de vrouw lager wordt.
  • Voorbeeld 3: een alleenstaande man van 45 met een bijstandsuitkering heeft een inwonende, studerende dochter van 22 jaar oud. In deze situatie geldt de kostendelersnorm niet omdat de dochter studeert. Dit betekent dat de bijstandsuitkering van de man niet lager wordt.
  • Stopt de dochter met studeren? Dan is vanaf die datum de dochter wel kostendelende medebewoner. Dit betekent dat de bijstandsuitkering van de man wel lager wordt.

Mogelijkheid op uitzondering van de kostendelersnorm

Er zijn situaties waarin de gemeente van de kostendelersnorm kan afwijken:

  • Als er sprake is van tijdelijk verblijf: jongeren vanaf 21 jaar die tijdelijk bij een bijstandsgerechtigde wonen. Bijvoorbeeld mensen in een crisissituatie, daklozen of mensen die dakloos dreigen te raken. De gemeente moet dan vaststellen dat het gaat om tijdelijk verblijf. En kan in sommige situaties de kostendelersnorm buiten beschouwing laten. 
  • Als er sprake is van opvang, beschermd en begeleid wonen. Bij tijdelijk verblijf in deze voorziening geldt de kostendelersnorm niet omdat u daar geen hoofdverblijf heeft. 
  • Als gebruik van de kostendelersnorm kan leiden tot onredelijke gevolgen. Zoals:

    • ​​​​​​​​​​​​​​Als de medebewoner door een geestelijke situatie en/of lichtverstandelijke handicap geen inkomen heeft. Waardoor de kans groot is dat de medebewoner geen bijdrage kan leveren aan de gezamenlijke kosten van het huishouden.
    • Opvang binnen het eigen sociale netwerk bij een crisissituatie. Als iemand door een crisissituatie onverwacht niet thuis kan blijven. En tijdelijk naar familie of kennissen gaat.
    • ​​​​​​Na een operatie of bij een (ernstige) ziekte. Iemand is dan voor een periode voor een deel afhankelijk van de zorg van een familielid of een kennis.
    • ​​​​​​In het geval van tijdelijke mantelzorg. Als iemand direct tijdelijke en/of maatschappelijk mantelzorg moet dragen. Dit is voor een familielid in de 1e (moeder/vader/kind), 2e (oma, opa, zus, broer) of 3e graad (tante/oom).
    • Overbrugging periode tot start studie. Een situatie waarbij een inwonend kind wil gaan studeren. Maar het kind een half jaar moet wachten omdat de studie te veel aanmeldingen heeft. 
    • ​​​​​Er is extra aandacht voor jongeren tot 27 jaar. Jongeren kunnen door het woningtekort vaak niet zelfstandig wonen, waardoor ze noodgedwongen langer bij de ouders blijven wonen. De spanningen in het gezin leiden er soms toe dat de ouders de jongeren het huis uitzetten. In persoonlijke situaties wijkt de gemeente af. Bijvoorbeeld als er iemand dakloos dreigt te raken.

De gemeente bekijkt dit altijd voor iedere persoonlijke situatie. Denk u dat u hiervoor in aanmerking komt? Neem dan contact op met de gemeente via de klantenservice SZW.

Moeite met rondkomen?

Door de kostendelersnorm kunt u een lagere uitkering krijgen. Het is belangrijk dat u hier rekening mee houdt. Heeft u moeite met rondkomen? De gemeente wil u helpen en ondersteunen om het huishoudboekje op orde te brengen en houden.

Lees meer over Zelf schulden aflossen of voorkomen.

Contact

Heeft u vragen? Dan kunt u contact opnemen met SZW.

Gepubliceerd: 18 maart 2019Laatste wijziging: 28 maart 2022