De 4 participatieniveaus

Op 1 januari heeft het college besloten dat bij elk beleid belanghebbenden zo goed mogelijk betrokken moeten worden. Deze afspraak is vastgelegd in de inspraak- en participatieverordening Den Haag 2012. We onderscheiden 4 niveaus van participatie.

Inwoners, experts, bedrijven en andere partijen kunnen op verschillende niveaus betrokken worden bij de ontwikkeling van beleid of het verbeteren van de dienstverlening. Deze niveaus zijn: raadplegen, adviseren, coproduceren en meebeslissen. Dit is vastgelegd in de ‘Inspraak- en participatieverordening Den Haag 2012’. Wat houden de niveaus precies in?

Raadplegen

Bij raadplegen gaat het om het verzamelen van ideeën, wensen, meningen en voorkeuren van belanghebbenden bij een project/traject. Op basis hiervan besluit de bestuurder/projectleider hoe het traject verder ingestoken wordt. Het kan dus zijn dat de gemeente anders besluit dan de voorkeur van de betrokkenen die geraadpleegd zijn.

Adviseren

Wanneer belanghebbenden om een gezamenlijk antwoord gevraagd wordt op een vraag, dan gaat het om adviseren. De bestuurder/projectleider geeft hierbij de kaders aan. Als er van het advies wordt afgeweken moet dit goed worden gemotiveerd.

Coproduceren

Een coproductie ontstaat wanneer de gemeente samen met de belanghebbenden een plan ontwikkelen. Het kan zijn dat dit binnen vooraf vastgestelde kaders gebeurt. De gemeente gaat mee met de keuze van de partijen die het plan ontwikkeld hebben. Het plan moet natuurlijk wel aan de randvoorwaarden voldoen.

Meebeslissen

De gemeente kan ook besluiten de keuze van een oplossing over te laten aan de belanghebbenden.  Er moeten minstens twee alternatieven aangeboden worden. In dit geval gaat het om meebeslissen. Ook hier kunnen kaders vastgesteld zijn waarbinnen de beslissing genomen moet worden. De keuze wordt altijd gevolgd.

Gepubliceerd: 18 juni 2012Laatste wijziging: 3 augustus 2017