Komen er nieuwe windmolenlocaties in Den Haag?

De provincie Zuid-Holland onderzoekt waar in de Energieregio Rotterdam Den Haag extra windenergie mogelijk is. Het onderzoek brengt in kaart welke (extra) locaties technisch en ruimtelijk geschikt zijn voor windmolens. De onderzoekers kijken ook of binnen de grenzen van Den Haag (meer) geschikte locaties zijn voor windmolens.

Voor de energietransitie is meer schone elektriciteit nodig. Een samenleving die geen aardgas meer gebruikt voor verwarmen, douchen en koken gebruikt namelijk meer elektriciteit. Schone elektriciteit wordt vooral opgewekt door de wind en de zon. De Energieregio Rotterdam Den Haag wil per jaar 2,8 tot 3,2 terawattuur (TWh) aan schone elektriciteit opwekken. Dat staat in de energiestrategie. Dit is ongeveer de hoeveelheid elektriciteit die jaarlijks nodig is voor ruim 1 miljoen huishoudens.

Extra locaties en omgevingsonderzoek

In 2021 heeft de Energieregio al een aantal locaties gekozen voor de opwekking van schone elektriciteit. Maar er zijn meer locaties nodig. Dit komt, omdat op veel locaties uit 2021 het opwekken van windenergie onvoldoende blijkt om aan de vraag te kunnen voldoen. Daarom is nu nieuw onderzoek nodig naar extra locaties. Ook heeft de Energieregio in 2021 de effecten van windenergie op de locaties niet met een planMER onderzocht. Dat gebeurt nu wel. Een planMER is een onderzoek dat vooraf bekijkt wat het effect van een plan is op bijvoorbeeld milieu, ruimte, economie en sociale omgeving. Verder is het misschien mogelijk om op de bestaande windenergielocaties meer energie op te wekken. Ook dat gaat de provincie nu onderzoeken.

Wat betekent dit voor Den Haag?

In 2021 bleek dat binnen de gemeentegrenzen van Den Haag nauwelijks ruimte is voor het opwekken van windenergie. Alleen direct langs de A4 en A12 zou ruimte kunnen zijn voor windmolens. De kans is heel klein dat in Den Haag nog andere locaties worden gevonden voor windenergie. Dit komt door de dichte bebouwing, de natuurgebieden en onder andere bedrijventerreinen. Ook wil de gemeenteraad geen extra windmolens binnen de gemeentegrenzen.

De stad heeft wel ruimte voor het opwekken van zonne-energie. Denk daarbij aan het grote oppervlak aan daken in de stad van maar liefst 17 vierkante kilometer. Zie Begin link: denhaag.nl/daken, einde link.. De gemeente wil dan ook de daken in de stad gebruiken voor onder andere zonne-energie. Daarin neemt de stad dus zijn verantwoordelijkheid om een aandeel te leveren in de 2,8 en 3,2 TWh.

De provincie gebruikt de uitkomsten van het onderzoek voor verdere plannen in de regio. De gemeente informeert de inwoners hierover als er gevolgen zijn voor Den Haag.

Meer informatie: Begin externe link: Windenergie RES Rotterdam-Den Haag | Provincie Zuid-Holland(Externe link), eind externe link..

De Energieregio Rotterdam Den Haag is een samenwerking van 21 gemeenten, 4 waterschappen en de provincie Zuid-Holland. Deze partijen maken samen plannen om over te stappen op duurzame energie. Deze plannen voeren ze ook uit om de klimaatdoelen te halen.

De provincie doet een zogenoemde omgevingseffectrapportage (OER). Hierin onderzoekt de provincie de effecten die windmolens op de omgeving kunnen hebben. Het onderzoek is gestart met de Nota Reikwijdte- en Detailniveau (NRD). In de NRD staat wat de provincie precies gaat onderzoeken.

Het Omgevings Effect Rapport (OER)-proces bestaat uit 6 stappen:

  • Onderzoeken mogelijke locaties: de provincie onderzoekt waar in theorie windturbines kunnen komen.
  • Beoordelen van de mogelijke locaties: de provincie kijkt naar de effecten op de omgeving.
  • Ontwikkelen van ontwerpscenario’s: deze laten zien hoe je op een voorkeurslocatie genoeg duurzame stroom kunt opwekken. De ontwerpscenario’s worden gemaakt met de Begin externe link: RES-partners(Externe link), eind externe link.. Inwoners en andere betrokken partijen kunnen hun mening geven over de scenario’s. Daarna past de provincie de ontwerpen aan. Zo ontstaan de definitieve scenario’s.
  • Beoordelen van de definitieve scenario’s: de definitieve scenario’s worden ter inzage gelegd. Iedereen kan dan reageren en een voorkeur aangeven.
  • Keuze voorkeursalternatief: op basis van stap 3 en 4 stelt de provincie het voorkeursscenario voor. Ook dat komt ter inzage. Het voorkeursalternatief komt in het provinciaal beleid te staan.
  • Besluitvorming na het voorkeursalternatief: de besluitvorming over de ontwikkeling van de windmolens op de voorkeurslocaties wordt overgedragen aan de gemeenten. Wat betekent dit? Wie op een locatie een windturbine wil plaatsen, heeft een vergunning van de gemeente nodig.

Het is de bedoeling dat het milieuonderzoek eind 2026 klaar is. Begin 2027 moeten de ontwerpscenario’s klaar zijn. De provincie wil halverwege 2027 een besluit nemen over het voorkeursalternatief. Begin 2028 wil de provincie de OER afronden. Vanaf 2028 kunnen de gemeenten dan besluiten nemen over eventuele projecten.

Met het onderzoek wil de provincie locaties vinden waar windenergie opgewekt kan worden. De meest waarschijnlijke voorkeurslocaties zijn bijvoorbeeld gebieden met kassen, langs snelwegen, in weilanden en in de haven van Rotterdam. Waarschijnlijk vinden de onderzoekers geen nieuwe voorkeurslocaties binnen Den Haag die geschikt zijn.

Dat staat nog los van de vraag of op voorkeurslocaties ook windmolens komen te staan. Want er moet een producent komen die de molen wil neerzetten. En hij moet hiervoor een vergunning hebben.

Contact

Hoe kunnen we helpen?

Telefoon

14070