Uw zoekopdracht

Geschiedenis van Schilderswijk

Gepubliceerd: 29 augustus 2009 Laatste wijziging: 26 maart 2013

Lees meer over de geschiedenis van deze wijk.

De Jacob Catsstraat bij de Hoefkade, gezien naar de Hooftskade, circa 1930 IMF-nr. 33253

Schilderswijk- Centrum

Het tegenwoordig als Schilderswijk-Centrum aangeduide deel van Den Haag was in de Middeleeuwen nog een moerasachtig veengebied. Al in de 15e eeuw werd dit doorsneden door de Hofkade, waarvan de naam later tot Hoefkade werd verbasterd. De weg voerde langs een water vanaf het Zieken in westelijke richting naar het zogenaamde Hofland, het grafelijke weiland dat ter hoogte van de huidige Transvaalwijk lag. Ten noorden van de Hoefkade lag een terrein van de zusters van het aan de Laan gevestigde St. Elisabethklooster, en nadat een molen het veengebied was gaan bemalen ontstond een polder die de naam Zusterpolder kreeg.

Tot in de 19e eeuw bestond het gebied rond de Hoefkade uit weilanden, die door sloten gescheiden werden, met de Zustermolen en de Gortmolen als herkenningspunten. Het gebied ten zuiden van de Hoefkade behoorde tot het ambacht van Rijswijk, en hier bevonden zich - ongeveer waar nu de Vaillantlaan loopt - tot circa 1895 een eendenkooi met kooikerswoning en een watermolen. Een prent uit 1757 laat zien dat op het land ten zuiden van de Zuidwal geschaatst werd. Volgens een stadsbeschrijving uit die tijd was dit het zogenaamde IJsveld, 'daar zich allerly soort van menschen in de winter, wanneer deze velden onder water staan, en het sterk gevrooren heeft op allerly wyze vermaaken'. Langs het tegenover de Zuidwal gelegen Groenewegje stonden toen al enkele huizen, verder was dit stadsdeel nog onbebouwd.

19e eeuw

De opening van de spoorlijn Amsterdam-Den Haag in 1843 en de doortrekking naar Rotterdam in 1847 hadden consequenties voor het aangrenzende gebied. De weg langs de spoorlijn naar Rotterdam, de Parallelweg, vormt nu de zuidgrens van de Schilderswijk. De bouw van het station van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (nu Hollandse Spoor geheten) leidde tot de overdracht door Rijswijk aan Den Haag van de grond tussen de Hoefkade en de Laak. Omdat het voornamelijk om weilanden ging, verliep dit zonder problemen.

Het nieuwe station had de aanleg van de Stationsweg tot gevolg, die met de Huijgensstraat omstreeks 1860 bebouwd werd. Van officiële uitbreidingsplannen was toen nog geen sprake. Het initiatief om aan de zuidkant van de stad een echte wijk te bouwen werd in 1862 door de gemeente genomen. Achter het Groenewegje, waaraan in hetzelfde jaar al de Brood- en Meelfabriek was komen te liggen, werd het Oranjeplein aangelegd, een groot plein met een plantsoen in het midden. Rondom dit plein werden volgens de eisen van de gemeente voorname huizen opgetrokken.

Aan de nabijgelegen Tullinghstraat, Falckstraat en Hoefkade kwamen vier openbare lagere scholen. Verder liet de gemeente de aanleg van de nieuwe wijk grotendeels over aan het particulier initiatief. Terwijl het Oranjeplein bedoeld was voor de gegoede burgers, vestigden zich in de omliggende straten 'kleine burgers' en ambachtslieden. In de op het plein uitkomende Van Hogendorp- en Van der Duynstraat werden in 1863 en volgende jaren zelfs arbeiderswoningen gebouwd door de Vereeniging tot Verbetering der Woningen van de Arbeidende Klasse te 's-Gravenhage.

Aan de Hooftskade werd in 1867 het nieuwe weeshuis van de Nederlands Hervormde Diaconie in gebruik genomen. Eerdergenoemde woningbouwvereniging bouwde in 1874 tussen de Poeldijksestraat en de Jan Blankenstraat het 'Rode Dorp'. Deze arbeiderswoningen werden neergezet langs twee haaks op de Hoefkade gelegen 'laantjes'. Al met al verloor de buurt rond het Oranjeplein zijn aantrekkingskracht voor de beter gesitueerden.

20e eeuw

Rond 1870 ontstond een grote vraag naar goedkope huizen, doordat velen van het platteland naar de steden trokken om daar werk te zoeken. Het inwonertal van Den Haag ontwikkelde zich tussen 1875 en 1900 dan ook van circa 100.000 tot meer dan 200.000.

De nabijheid van de pletterij van Enthoven, de ijzergieterij De Prins van Oranje en de meubelfabriek Horrix zal er toe bijgedragen hebben dat in de Zusterpolder veel arbeiders gingen wonen. Het tijdschrift Eigen Haard schreef in 1890 echter, dat in de Schildersbuurt 'niet opzettelijk werd voorzien' in de woningbehoefte van de arbeider. Hierbij werd gedoeld op de voor de arbeider te hoge huurprijzen van de aan de straat gelegen huizen in deze wijk, die dus kennelijk bedoeld waren voor de kleine burgerij. De arbeider moest zich tevreden stellen met een gedeelte, meestal één kamer, van een dergelijk huis, of met een kleine hofjeswoning 'in het midden der stad'.

Dat het Eigen Haard ontgaan was, dat dergelijke hofjeswoningen in de Schilderswijk ook royaal voorhanden waren, zal wel gelegen hebben aan de obscure ligging ervan op de binnenterreinen van huizenblokken. De minimale woonomstandigheden die daar heersten, waren te wijten aan het gebrek aan bouwvoorschriften van de gemeente. Pas in 1878 was voor hofjeswoningen een bouwvergunning vereist, terwijl het na 1892 in principe verboden was huizen te bouwen die niet aan de straat lagen. Het gebied Schilderswijk-Centrum was toen echter al voor een belangrijk deel volgebouwd.

Zolang de binnenterreinen nog bebouwd mochten worden, werden aan de straten meestal huizen gebouwd met twee lagen en een kapverdieping. Nadien ging men er meestal toe over de binnenterreinen kleiner te maken en de huizen één verdieping hoger. De meeste huizen hadden twee voordeuren, om dubbele bewoning mogelijk te maken. De benedenhuizen werden vaak voorzien van een uitbouw, bestaande uit een uitgebouwde keuken met daarachter een slaapkamer of twee of drie slaapkamers boven elkaar.

Speculatiebouw

Vanaf circa 1900 werden ook portiekwoningen gebouwd, waarbij de bovenwoningen via een buitentrap bereikbaar waren. In Schilderswijk-Centrum vinden we deze slechts in de kort na de eeuwwisseling bebouwde driehoek Jacob Marisstraat-Vaillantlaan-Hoefkade. De meeste bouwers in de wijk hadden er belang bij zoveel mogelijk opbrengst te krijgen van hun grond. De 'speculatiebouw' die hiervan het resultaat was bestond uit slechte, dicht op elkaar gebouwde huizen. Johan Gram, die al geen goed woord over had voor de Zeehelden- en de Archipelbuurt, schreef hierover in 1893 'Nog erger is het gesteld met de buurt waaraan de namen onzer groote schilders geschonken zijn: Rembrandt-, Jan Steenstraten, waar de cartonnen cubussen zoo dun en luchtig zijn, dat wie zijne gezondheid en zijn leven lief heeft, zich ongaarne in zulks een tochtig en vochtig steenklompje nestelt'.

De Paulus Potterstraat was overigens de eerste straat in de wijk die de naam van een schilder kreeg. Omdat het huis aan de Dunne Bierkade waar Paulus Potter van 1649-1652 woonde uitzicht gaf over de Hoefkade, en de te vernoemen straat daar een zijstraat van was, stelde de Vereeniging tot Beoefening van de Geschiedenis van 's-Gravenhage in 1876 B&W voor deze Paulus Potterstraat te noemen. Toen in het jaar daarop enkele naburige straten vernoemd moesten worden, vroegen B&W aan de V.B.G.G. om daarvoor ook de namen van beroemde schilders voor te stellen.

Naast de particuliere bouw werden nog sociale woningbouwprojecten gerealiseerd, zoals de Van Ostadewoningen, het Fort aan de Jacob van Campenstraat en omliggende straten en de Delpratwoningen. Wat betreft kwaliteit en huurprijs staken deze woningen gunstig af in de wijk.

Het woonklimaat in de Schilderswijk was mede slecht door het gebrek aan groen; alleen het Oranjeplein kende een groenvoorziening. Toch liet de gemeente in de eerste jaren van deze eeuw de gelegenheid voorbijgaan om nog een park in of bij de wijk aan te leggen. Gezien de slechte woonomstandigheden is het niet verwonderlijk dat wie zich een beter huis elders kon veroorloven al gauw verhuisde uit de wijk. Hierdoor werd de Schilderswijk steeds meer een arbeidersbuurt, terwijl de uittocht in de jaren '30 zelfs tot leegstand leidde. De in en na de Tweede Wereldoorlog heersende woningnood zorgde er daarentegen wel voor dat ook de slechtste woningen bewoond werden. Het op grote schaal voorkomende achterstallige onderhoud bij de toch al niet zo degelijke huizen maakte na 1980 een sanering van de Schilderswijk onafwendbaar.

Meer weten?

U kunt meer lezen over de Schilderswijk in:

  • Een nieuwe Haagsche volkswijk. Eigen Haard jrg.16 (1890) no. 29, blz. 457-460.
  • Mast, M. van der, Den Haag binnenste buiten. In: Haagse hofjes, Leiden 1982, blz. 78-92.
  • Dirkzwager, J.M., In Den Haag daar woont niet alleen een graaf. Delft, 1979.
  • 'De sanering van de Schilderswijk.' In: 's-Gravenhage 28 (1973), afl. 5.
  • 'Structuurschets voor de Schilderswijk.' In: 's-Gravenhage 29 (1974), afl. 11.
  • J. Duivesteijn, Kijk op de Schilderswijk. Geschiedenis van een arbeiderswijk. Den Haag 1984.
  • Fotoboek Schilderswijk. Deelgebied 8. Den Haag 1980.
  • J. de Lange, Hartelijke groeten uit de Schilderswijk. 's-Gravenhage 1985.
  • J.W.M. Klomp, 'Om en Bij.' In: Jaarboek Die Haghe 1957, 43-75.
  • M. Silvester, De Van Ostadewoningen; het ontstaan van een dorp in de Schilderswijk. In: Jaarboek Die Haghe 1992, 75-88.
  • Ernst Molenaar (samensteller), Een kwart eeuw Bewonersorganisatie Oranjeplein-Schilderswijk (1974-1999), Den Haag 1999.
  • De Schilderswijker: onafhankelijk wijkblad voor Schilderswijk en Kortenbosch, 1971-1984.

Schilderswijk West

Het westelijke deel van de Schilderswijk wordt in het noorden begrensd door de Loosduinsekade, de Zoutkeetsingel en de Houtzagerssingel; in het oosten door het Om en Bij, de Hobbemastraat en de Vaillantlaan en de zuid- en westgrens worden gevormd door het tracé van tramlijn 11. In dit gebied vinden we het oudste gedeelte van de hele Schilderswijk, het Om en Bij en de Paulus Potterstraat, stammend uit respectievelijk 1840 en 1876.

De Hobbemastraat in 1936, IMF -nr: 29945

Lang voordat er van bebouwing sprake was, behoorde dit gebied tot het bezit van het St. Elisabethsklooster, dat stond waar nu de Grote Markt is. Naar de zusters van dit klooster werd de Zusterpolder genoemd; de Zusterstraat herinnert er eveneens aan. De polder liep tot aan de Hoefkade in het zuidoosten en de De la Reyweg, vroeger ook Moerweg genoemd, in het zuidwesten. Behalve grasland en sloten was er weinig te vinden. Midden in de polder, waar nu de Hobbemastraat en de Netscherstraat elkaar kruisen, stond de Zusters Wipmolen, die diende voor de ontwatering van het gebied.

Even ten zuiden van de Hoefkade (Frans Halsstraat), in de Noordpolder die tot 1844 onder Rijswijk viel, lag een eendenkooi, niet te verwarren met die in het Zuiderpark. Een weggetje leidde van hier naar de stad. Bij het gedeelte van dit paadje dat uitkwam op de singelgracht hadden schaapherders tot in de tweede helft van de negentiende eeuw hun schaapskooi. Zij dreven hun kudde van hier via de Zoutkeetsingel en de Schapenlaan naar het Dekkersduin. Naar hen, en naar de laatste schaapherder Leendert Cornelis Dorresteijn in het bijzonder, werd dit weggetje de Herderslaan genoemd.

Voor de rest trof men aan de Loosduinsekade en ter hoogte van de Wateringsestraat enkele moestuinen aan. Alleen in het hoekje tussen de Houtzagerssingel en het Om en Bij was een stukje grond te vinden dat meer was dan alleen een tuin. Hier had Theunis Claesz. van Straeten in 1658 'seecker partije lants' gekocht. Hij maakte van zijn land een tuinderij en enkele jaren later bouwde hij er een huis op. Na zijn dood erfden zijn kinderen de tuinderij, maar uiteindelijk verkochten zij deze in 1718 aan mr. Otto Frederick Houttuyn, advocaat van het Hof van Holland. Houttuyn verbouwde het tuindershuis tot een buitenhuis met een tuinmanswoning en bracht er met zijn gezin de zomers door.

De gehele achttiende eeuw woonden er aanzienlijke en gefortuneerde Hagenaars op Om en Bij. In de Franse tijd liet de toenmalige eigenaar, schout-bij- nacht Jan Schreuder Haringman het huis echter afbreken. Dat deden velen, omdat de onderhoudskosten en de belasting in die tijd zeer hoog waren. In 1840 verkocht de laatste eigenaar van de buitenplaats het gebied aan de Commissie van Algemeen Beheer tot aanbouw van armenwoningen te 's-Gravenhage.

Deze commissie, die nauw verbonden was aan de diaconie van de Hervormde gemeente, had het plan opgevat op deze plaats een aantal huisjes neer te zetten en die aan de diaconie te verhuren. De diaconie zou dan als bedeling deze huisjes gratis toewijzen aan hervormde Hagenaars, waar geen smetje aan kleefde en die al minstens twee jaar van de bedeling leefden. Het plan werd in 1841 verwezenlijkt en 120 woningen in 5 rijen van 24 kwamen beschikbaar. Tot 1868 mochten de bedeelden er gratis wonen. Daarna moesten ze f 1,20 per week aan huur betalen.

Waren aan de toelating al eisen verbonden, als de gelukkigen eenmaal in hun huisje woonden werden ze bovendien streng in de gaten gehouden door de kwartierdiaken en een van de andere bewoners, de opzichter genaamd, die alle voorvallen moest doorvertellen aan de diakenen en een lid van de Commissie. Bij wangedrag werd de bewoner uit zijn huisje gezet.

In de directe omgeving van dit hofje bouwde de diaconie meer sociale inrichtingen. AI in 1855 verrees het Oude Mannen- en Vrouwenhuis aan het Om en Bij en daarnaast een jaar later de diaconale bakkerij. Tevens vond in 1877 de opening plaats van de Van Doeverenstichting voor gehuwde bejaarden. Ten slotte werd het hofje zelf in 1882 uitgebreid met nog een rij van twaalf huisjes. Om het beeld van dit hervormde hoekje te completeren vermelden we dat de diaconie in 1867 aan de Hooftskade, die net buiten dit stadsvernieuwingsgebied valt, een nieuw hervormd weeshuis bouwde ter vervanging van het oude aan het Spui, tegenover de Bierkade.

Inmiddels hadden allerlei speculanten zich van de wijk meester gemaakt. Grondeigenaren, huizenbouwers en geldschieters trachtten met zo klein mogelijke investeringen een zo groot mogelijke winst te behalen. Dat dit meestal ten koste van de kwaliteit van de huizen ging, spreekt haast vanzelf. Veel ondernemers werden aangelokt om zelfs zonder enige kennis van zake huizen te gaan bouwen. Vaak gingen ze ten gronde aan de te hoge kosten die verbonden waren aan een voor die tijd revolutionair systeem van financiering - vandaar de naam revolutiebouw - en de door gebrek aan bouwvakkers stijgende loonkosten. In de volksmond heette de Vaillantlaan daarom ook wel Faillietlaan.

De gemeente bemoeide zich alleen met de bouw van huizen die aan de straat lagen. Wat op de terreinen achter de huizen gebouwd werd, ging haar lange tijd niet aan. Pas in 1892 werd het bouwen van hofjeswoningen, zoals die in de Paulus Potterstraat, verboden, maar toen was een flink deel van de wijk al gebouwd. Op de overige bouwterreinen verrezen geen hofjeswoningen meer, maar men probeerde de beschikbare grond toch zo voordelig mogelijk te benutten door uitbouwen of bedrijfsgebouwen op de achterterreinen tussen de rijen huizen te proppen. Voorbeelden van deze bouwtrant zijn te vinden aan de Hobbemastraat en aan de Honsholredijkstraat.

Pas omstreeks de eeuwwisseling ging men over tot het bouwen van portiekwoningen met hun karakteristieke gemeenschappelijke buitentrap voor de bovenwoningen. Vooral in de Delftselaan en de 's-Gravenzandelaan treffen we dit type woningen aan. Gelukkig waren er ook bouwers die niet alleen op winst uit waren. Vooral woningbouwverenigingen probeerden, meestal met een fraai idealistisch doel, arbeiders aan goede woningen te helpen. De Coöperatieve Woningbouwvereniging 'Vooruit' bouwde aan de Jacobastraat in 1882 arbeiderswoningen van een redelijke kwaliteit met als doel dat de bewoners op den duur zelf, eigenaar zouden worden van hun woning. Zo zouden zij niet vatbaar zijn voor 'het thans heerschende socialisme'. De bewoners zijn echter nooit eigenaar van hun huizen geworden.

Woningbouwverenigingen die zonder winstoogmerk wilden bouwen kregen pas in 1902, bij het in werking treden van de Woningwet, een kans. De overheid verleende deze verenigingen de benodigde gelden, zolang zij maar het belang van de volkshuisvesting op het oog hadden en geen winst tot doel hadden. Het laatste stukje Schilderswijk, gelegen tussen de Hoefkade, Vaillantlaan en Parallelweg is door deze verenigingen volgebouwd. Het is dan ook meteen het kwalitatief beste stukje, met goede huizen en met groenvoorziening in de vorm van de grote gemeenschappelijke tuin annex sportterrein aan de Vermeerstraat. Veelal waren de huren van deze woningen voor de meeste mensen te hoog, doordat in de jaren 1918-1922 de bouwkosten door de naweeën van de Eerste Wereldoorlog enorm gestegen waren.

In een typische arbeidersbuurt als de Schilderswijk was het niet verwonderlijk dat daar ook een groot aantal bedrijfjes en bedrijven gevestigd was. De arbeidskrachten waren in ruime getale voorhanden. Van de grote bedrijven in Schilderswijk West was de broodbakkerij van de Volharding een hele bekende. In de Paulus Potterstraat stond de eerste bakkerij, daterend van 1879. Later, in 1903, verrees aan de Delftselaan een veel groter gebouw, dat in de jaren zeventig plaats moest maken voor woningbouw. Eveneens verdween toen de houtzagerij van K. Dekker Gzn. aan de Houtzagerssingel. Dekker had in 1894 de oude en vervallen schaapskooi van Dorresteijn gekocht met het omliggende gebied en vestigde daar zijn bedrijf, na eerst aan de Loosduinsekade gevestigd te zijn geweest. Nu zijn de loodsen omgebouwd tot sport- en recreatieruimten, de Houtzagerij genaamd.

Meer weten?

U kunt meer lezen over de Schilderswijk in:

  • Een nieuwe Haagsche volkswijk. Eigen Haard jrg.16 (1890) no. 29, blz. 457-460.
  • Mast, M. van der, Den Haag binnenste buiten. In: Haagse hofjes, Leiden 1982, blz. 78-92.
  • Dirkzwager, J.M., In Den Haag daar woont niet alleen een graaf. Delft, 1979.
  • 'De sanering van de Schilderswijk.' In: 's-Gravenhage 28 (1973), afl. 5.
  • 'Structuurschets voor de Schilderswijk.' In: 's-Gravenhage 29 (1974), afl. 11.
  • J. Duivesteijn, Kijk op de Schilderswijk. Geschiedenis van een arbeiderswijk. Den Haag 1984.
  • Fotoboek Schilderswijk. Deelgebied 8. Den Haag 1980.
  • J. de Lange, Hartelijke groeten uit de Schilderswijk. 's-Gravenhage 1985.
  • J.W.M. Klomp, 'Om en Bij.' In: Jaarboek Die Haghe 1957, 43-75.
  • M. Silvester, De Van Ostadewoningen; het ontstaan van een dorp in de Schilderswijk. In: Jaarboek Die Haghe 1992, 75-88.

Stuur artikel door

*verplicht

Volg DenHaag.nl

Altijd op de hoogte blijven van Den Haag en de ontwikkelingen in de stad? Meld u aan voor de nieuwsbrief @DenHaag.nl. Of volg ons op Twitter of Facebook!

Stadspanel

Denk mee over Den Haag. Geef u op voor het Haags stadspanel. En maak kans op een jaar lidmaatschap van de Openbare Bibliotheek.