Ik ben Yung en dit is mijn verhaal
Iedereen in Den Haag is anders, maar moet zichzelf kunnen zijn en mee kunnen doen. Zonder vooroordelen en uitsluiting.
Door verhalen van inwoners te delen, kan iedereen zien hoe verschillend zij van elkaar zijn. Hun verhalen laten ook zien wat hen met elkaar verbindt. Dat is de kracht van een inclusieve stad. Een inclusieve stad is een stad waarin iedereen erbij hoort en mee kan doen.
En ik geloof dat we samen verder komen als we echt open staan voor elkaars verhaal
Mijn ouders kwamen in de jaren vijftig vanuit Oost-Java naar Nederland. Ze vestigden zich in Den Haag, tussen andere Peranakan-Chinese (vroege Chinese immigranten in Indonesië) families, en bouwden daar hun leven op. Ikzelf groeide op in Amsterdam, studeerde in Groningen en woonde maar kort in Den Haag, maar ik ben altijd nauw verbonden gebleven met de stad. Zo was mijn eerste baan was bij de gemeente Den Haag, op de Burgemeester De Monchyplein. Als projectleider sprak ik met ongeveer tienduizend Hagenaars over hun wensen en zorgen voor de toekomst. In buurthuizen, parken, scholen en zelfs circustenten hoorde ik verhalen die soms botsten, soms samenkwamen. Het liet me zien hoe rijk en complex een stad kan zijn.

In 2005 werd ik voorzitter van Stichting Chinatown Den Haag. Aan de buitenkant ging het over drakenpoorten, lampionnen en zichtbaarheid. Maar van binnen worstelde ik met de rol die mij werd toebedeeld: de woordvoerder van dé Chinese gemeenschap. Niet alleen lokaal, maar ook landelijk. Voor een televisie-uitzending over de Olympische Spelen in Beijing en wat de Chinese gemeenschap dacht over een mogelijke boycot vanwege mensenrechtenschending, werd een interview met mij volledig verdraaid. Mijn eigen woorden werden niet uitgezonden; in plaats daarvan verscheen ik in beeld met een voice-over die zei dat ik me zorgen maakte om mijn land en mijn volk. Vreselijk! Sindsdien zag ik het als voorzitter van Stichting Chinatown Den Haag als mijn taak om vooroordelen en stereotypering te bestrijden en de gelaagdheid van de Chinese gemeenschap uit te leggen.
Ook al spreek ik geen Kantonees of Hokkien en beheers ik geen Mandarijn, leerde ik van jongs af aan wel over de ongeschreven regels van Chinese diners, vergaderingen en vooroudervereringen en andere rituelen.
In de buitenwereld bleef ik vooral ‘de Chinees’. Toen corona uitbrak werd ik voor het eerst nageroepen. Ik ben Nederlander, maar werd ineens in verband gebracht met Wuhan en een wereldwijde ramp waar ik niks mee te maken had. Ook mijn dochter werd fysiek aangevallen door 2 leden van een studentenvereniging. Dat had ik nooit verwacht.
In 2023 trad ik op als gespreksleider bij de Leiden Talks over racisme. Studenten met een Aziatische achtergrond vertelden over scheldpartijen, onzichtbaarheid en het voortdurende gevoel dat ze zich moeten verhouden tot hun afkomst. Ik realiseerde me dat ik te lang toeschouwer was geweest. Dat wilde ik veranderen. Tegelijk voelde ik het gewicht van mijn familiegeschiedenis. Mijn voorouders trokken ooit van China naar Indonesië en leefden daar van de handel en werden daar zelf ook gediscrimineerd.
Ondanks al het racisme dat ik meemaak, wil ik geen boze man worden. Mijn verademing vind ik in verbinden en kunst en cultuur. In 2010 haalde ik de Peking Opera uit Shanghai naar Den Haag. We brachten het verhaal van Hamlet samen met Chinese muziek. Dat is wat ik graag doe: het beste van twee werelden samenbrengen en iets nieuws laten ontstaan.
Als ik soms door de stad fiets, wordt er weleens geroepen: ‘Hé, Chinees!’ zonder enige reden. Onlangs speelde ik Sinterklaas in een ludieke energieactie en op sociale media stroomden racistische reacties binnen over mijn uiterlijk. Sommige goedbedoelde opmerkingen kunnen ook voelen als vastpinnen. Mensen zeggen vaak dat Aziatische Nederlanders onzichtbaar zijn, geen problemen veroorzaken en prima integreren. Ik vraag me dan af: wie is dat ‘wij’ waarover gesproken wordt?
Het is verwarrend en pijnlijk, maar het sterkt me ook. Ik blijf praten, verbinden en bouwen, en mijn stem gebruiken om beelden te kantelen. Ik ben Yung: nauw verbonden met Den Haag, met wortels in meerdere culturen. En ik geloof dat we samen verder komen als we echt open staan voor elkaars verhaal.
Bekijk de kunstinstallatie ‘Het Respect Lab’ van Anat over het verhaal van Yung
Anat Ratzabi
Anat haalt bekende symbolen uit het verhaal van Yung, zoals vuurwerk om het kwaad te verjagen en gelukskoekjes die staan voor hoop en speels bijgeloof. Ze gebruikt deze symbolen opnieuw en maakt er een direct en prikkelend werk van. Het Respect Lab nodigt bezoekers uit om minder te denken en meer te voelen. De ruimte vraagt om een andere manier van kijken: wederzijds respect is hier geen keuze, maar een basisvoorwaarde.
Zie ook: Allemaal anders, iedereen Haags
