Persbericht

Nastaren, nafluiten en naroepen worden genoemd in rapport naar Haagse straatintimidatie

Gepubliceerd: 30 maart 2021Laatste wijziging: 30 maart 2021

Wethouder Bert van Alphen (emancipatie) presenteerde vandaag een recent onderzoek naar straatintimidatie in Den Haag, waarin 45 procent van de ondervraagden heeft aangegeven dat ze in Den Haag het afgelopen jaar wel eens te maken hebben gehad met ‘straatintimidatie'. Daartoe behoren o.a. nafluiten, naroepen, in het nauw gedreven en bespuugd worden. Hoewel het geen specifiek Haags probleem is en de cijfers nauwelijks afwijken van die van Amsterdam en Utrecht, is dit een onaanvaardbaar hoog percentage. Daar moeten we als stad iets aan doen.

Straatintimidatie is ongewenst gedrag in de openbare ruimte waardoor anderen zich onveilig voelen. Er is niet eerder onderzoek gedaan naar de aard en omvang van straatintimidatie in Den Haag. Door de inwoners die het afgelopen jaar straatintimidatie hebben meegemaakt is nastaren de meest genoemde vorm, gevolgd door nafluiten en naroepen met beledigende opmerkingen. In het nauw gedreven worden, achterna worden gelopen en bespuugd worden zijn de vormen van straatintimidatie die als het meest intimiderend worden ervaren.

Onacceptabel

Jongere inwoners hebben in Den Haag vaker met straatintimidatie te maken waarbij vooral vrouwen (55%) en queer personen (56%) in dit onderzoek aangeven hier vaker last van te hebben. Uit de enquête blijkt dat straatintimidatie vooral in de eigen wijk of buurt plaatsvindt. Bij ongeveer vier op de tien inwoners vond intimidatie plaats tijdens het fietsen of in een winkelgebied. Daarnaast geeft ongeveer één op de vier inwoners aan te zijn geïntimideerd langs een drukke weg of plein, bij een bus- tramhalte of in het openbaar vervoer. Daarnaast wordt ook de boulevard in Scheveningen en tunnels voor voetgangers of fietsers genoemd. Langs een drukke weg of plein, in het openbaar vervoer en bij uitgaansgelegenheden ervaren queer-inwoners vaker straatintimidatie dan andere inwoners van Den Haag.

Iedereen moet zich waar dan ook in Den Haag vrij en veilig kunnen begeven en bewegen. Het rapport toont aan dat straatintimidatie voorkomt in onze stad en dat is onacceptabel. Met de uitkomsten van de enquête, de interviews en de stadsgesprekken kom ik voor de zomer nog met een plan van aanpak tegen straatintimidatie, zegt wethouder Bert van Alphen (emancipatie).

Gevolgen voor slachtoffers

Bij meer dan de helft van de inwoners die te maken heeft gehad met straatintimidatie had dit invloed op hun gedrag. Hagenaard maken daardoor geen oogcontact en vermijd ’s avonds en 's nachts bepaalde plekken. Queer-inwoners zeggen vaker dan niet-queer inwoners niet meer langs grote groepen mensen te lopen, in het donker niet meer alleen over straat te willen gaan en hun kleding of uiterlijk aan te passen.

Vergroten van het veiligheidsgevoel

Aan de inwoners die straatintimidatie hebben meegemaakt, is gevraagd welke maatregelen hun veiligheidsgevoel kan vergroten. Bijna negen op de tien geeft aan dat straatverlichting belangrijk is voor hun veiligheidsgevoel. Daarnaast worden o.a. ook de (verkeers)drukte op straat, een nette straat en de nabijheid van winkels, horeca, scholen genoemd.

Safe Streets verklaring en hoe nu verder?

Burgemeester Jan Van Zanen ondertekende op 25 november 2020 het UN manifest ‘Safe Streets’. Dit manifest roept overheden op straatintimidatie aan te pakken. Wethouder Bert van Alphen heeft eind vorig jaar toegezegd dat er een plan van aanpak tegen straatintimidatie komt. De resultaten van dit onderzoek vormen de basis voor de lokale aanpak. Binnenkort worden interviews gehouden met deelnemers aan het onderzoek en zullen er groepsgesprekken worden georganiseerd. Deze hebben als doel een beter inzicht te krijgen in de veiligheidsbeleving als ook in de mogelijkheden tot preventie van straatintimidatie.

    Meer informatie