Persbericht

Gemeente Den Haag: openbare ruimte moet groener worden en meer geschikt voor ontmoetingen

Gepubliceerd: 31 januari 2022Laatste wijziging: 31 januari 2022

Hoe moet de openbare ruimte in Den Haag eruit zien? Hoe maken we die groener, sportiever en meer geschikt voor ontmoetingen? En wat is daar allemaal voor nodig? Die vragen worden beantwoord in de uitgangspunten van de kadernota openbare ruimte die het College van B&W naar de gemeenteraad heeft gestuurd. Tot 2030 ligt de focus op bijvoorbeeld rekening houden met intensiever gebruik én beheer van de openbare ruimte. Ook moet er voldoende groene openbare ruimte zijn, en mag de leefbaarheid niet ten koste gaan van een hogere parkeerdruk door het toevoegen van nieuwe woningen. 

Daarbij gelden twee regels. Bij een (her)inrichting van de openbare ruimte moet minimaal het bestaande aandeel groen en water worden gehandhaafd. Ook wordt er gestreefd naar een groei van het oppervlak groen van vijf procent in de periode tot 2030.

Wethouder Buitenruimte Hilbert Bredemeijer: “De openbare ruimte in de meest dichtbevolkte stad van Nederland is schaars. De ruimte die we hebben, moeten we koesteren. De afgelopen jaren, door de groei van de stad, neemt de druk op de bestaande stad toe en wordt de openbare ruimte intensiever gebruikt. Dat vraagt om het maken van keuzes. Deze nota stelt hiervoor kaders met als uitgangspunt voldoende ruimte voor de buitenruimte: voor ontmoeting, ontspanning en verblijf.” 
Wethouder Buitenruimte Hilbert Bredemeijer:
Wethouder Buitenruimte Hilbert Bredemeijer: "De openbare ruimte in de meest dichtbevolkte stad van Nederland is schaars. De ruimte die we hebben, moeten we koesteren."

Met deze nota geeft de gemeente de openbare ruimte prioriteit en worden er duidelijke kaders geboden wat wel en wat niet bevorderlijk is voor een prettige en leefbare stad. De gemeente geeft prioriteit aan de doelen: inclusieve openbare ruimte om ontmoeting en verblijf te faciliteren, een openbare ruimte die uitdaagt tot bewegen en spelen, het klimaatadaptief maken van de openbare ruimte, en een veilige en comfortabele ruimte voor voetgangers en fietsers. 

Bredemeijer: “Den Haag is niet van het stadhuis, maar van ons allemaal. Bewoners en ondernemers hebben een direct belang. Door participatie krijgen zij invloed op hun eigen leefomgeving. Daarnaast gaan wij werken vanuit het principe ‘groen, tenzij…’ Hiermee zorgen we ervoor dat de stad groen blijft en groener wordt. Want in een stad met veel groen is het goed vertoeven. We wonen tenslotte niet alleen in Den Haag, maar we leven er.”