Persbericht

G4: Inburgeraar is de dupe van uitstel Inburgeringswet

Gepubliceerd: 13 november 2020Laatste wijziging: 13 november 2020

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de nieuwe Wet inburgering met een half jaar uitgesteld. De gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag (G4) betreuren dit en voorzien grote consequenties.

De G4 waren woensdag erg ontstemd door een brief van minister Koolmees (SZW) aan de Kamer. De minister kondigde aan dat de Wet inburgering niet ingaat op 1 juli 2021, maar uitgesteld wordt naar 1 januari 2022. De G4-gemeenten waren onaangenaam verrast over deze brief en de strekking dat we hier als gemeenten voor hadden gepleit. Dit beeld werd vandaag door Minister Koolmees tijdens het wetgevingsoverleg integratie gelukkig ontkracht. Wij hebben als G4 juist alles op alles gezet om op 1 juli 2021 klaar te zijn en (weer) de regie te gaan voeren over de inburgering van asielstatushouders.

Wethouder Bert van Alphen (Inburgering): We betreuren het uitstel van de Wet. Den Haag vreest dat de huidige groep inburgeraars op grote achterstand dreigt te raken in het huidige stelsel. De hoge taakstelling voor 2021 en de vertraging die inburgeraars hebben als gevolg van Corona dragen hieraan bij. Uitstel van de nieuwe wet inburgering brengt niet alleen extra kosten met zich mee, maar maakt dit probleem groter en zichtbaarder. We willen hierover op korte termijn met de Minister om tafel om de gevolgen en consequenties te bespreken, zodat de rekening niet komt te liggen bij de gemeente en inburgeraar.

Uitstel van de Wet is schadelijk voor inburgeraars en daarmee ook voor de samenleving. We zien dat de huidige groep inburgeraars op grote achterstand dreigt te raken in het huidige falende stelsel, waarbij zij zelf verantwoordelijk zijn voor hun inburgering. Uit vele onderzoeken is gebleken dat ze die verantwoordelijkheid (nog) niet aan kunnen. Ze zijn vaak overgeleverd aan dubieuze taalscholen, raken niet goed ingeburgerd en lopen mogelijk meer schulden op.

De groep inburgeraars die op achterstand komt, is bovendien gegroeid door de coronacrisis. Veel inburgeraars kunnen niet meekomen met de online taallessen en ook de participatiemogelijkheden zijn afgenomen. En de groep wordt in 2021 nog groter, omdat er volgend jaar twee keer zoveel asielstatushouders moeten inburgeren als in dit jaar. Al met al neemt deze zogeheten Ondertussengroep, de groep die nog onder de oude wet valt als de nieuwe Wet is ingegaan, tot 2022 landelijk toe met zo’n 27.000 personen.

Bovendien hebben we als G4 gemeenten enorm geïnvesteerd in de voorbereiding van het kunnen uitvoeren van onze nieuwe wettelijke taken per 1 juli 2021. Voor een derde keer uitstellen van de invoeringsdatum is funest voor grote gemeenten. Wij zijn dan ook erg geïnteresseerd in de door de Minister toegezegde brief waarin hij ingaat op de precieze reden van uitstel en de stappen die hij zal zetten om de invoeringsdatum van 1 januari 2022 wel mogelijk te maken.

We willen dan ook op korte termijn graag van de minister weten hoe hij ons gaat faciliteren om ervoor te zorgen dat de huidige en toekomstige groep inburgeraars en gemeenten niet de dupe wordt van deze onwenselijke vertraging. Wij blijven ons onverminderd inzetten om inburgeraars te helpen onderdeel te worden van de samenleving, ondanks dat het Rijk ons dat niet gemakkelijk maakt. Het is voor ons onacceptabel dat het Rijk blijkbaar niet alles op alles heeft gezet - of nog zet - om op tijd klaar zijn. Wij zijn dat in elk geval wel.