Persbericht

College Den Haag neemt aanbevelingen Rekenkamer over

Gepubliceerd: 18 april 2019Laatste wijziging: 18 april 2019

Het College van de gemeente Den Haag neemt de aanbevelingen over uit het onderzoek van de Rekenkamer Den Haag over het economisch beleid van de gemeente in de periode 2014 – 2018. In dit onderzoek heeft de Rekenkamer de onderwerpen stedelijke economie en kenniseconomie onderzocht. In de onlangs door het College gepresenteerde ontwerp-economische visie 2030 worden de aanbevelingen van de Rekenkamer opgenomen. Hierin worden heldere kaders en doelen verwerkt en wordt de effectiviteit van beleid inzichtelijk gemaakt.

Het College dankt de Rekenkamer voor de uitvoerige analyse en waardevolle aanbevelingen over het economisch beleid van de afgelopen vier jaar. Het moment van het uitgevoerde onderzoek en de aanbevelingen van de Rekenkamer passen volgens het College goed bij de komende ontwikkeling van de ontwerp-economische visie. Het College is hierdoor in staat om de aanbevelingen in deze visie te betrekken.

Heldere kaders en doelen

In reactie op de conclusie van de Rekenkamer - het ontbreken van kaders en inzicht in kwaliteit van beleid - onderschrijft het College dat economisch beleid transparant, logisch en onderbouwd moet zijn. Ook moet de werking en effectiviteit van beleid inzichtelijk zijn waarbij de gemeenteraad in staat moet zijn haar kaderstellende en toetsende rol goed te kunnen vervullen. Het College voorziet daarom de nieuwe economische visie 2030 van heldere kaders, doelen en instrumenten, verwoord in duidelijke actielijnen. Daarbij merkt het College op dat ontwikkeling van nieuwe economische activiteiten meerjarige aandacht vereist. Volgens het College is het daarnaast niet altijd duidelijk of er een direct causaal verband is tussen het handelen van (lokale) overheden en economische effecten.

Gesprekken met de stad voor economische visie

Tot slot ziet het College dat ontwikkeling, vernieuwing en innovatie steeds vaker plaatsvindt binnen een samenwerking van overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen en inwoners uit de stad. Daarom voert de gemeente de komende maanden gesprekken met organisaties, kennisinstellingen en bedrijven in de stad en regio. De uitkomsten worden vervolgens verwerkt in de definitieve economische visie 2030. Tegelijk met de definitieve visie wordt één economische agenda uitgewerkt voor deze collegeperiode: het spoorboekje waarin de gemeente beschrijft wat en hoe ze dit inzichtelijk en controleerbaar gaat doen en met welke middelen. Samen met de economische agenda 2019 – 2023 wordt de economische visie voor de zomer vastgesteld. Hiermee willen de wethouders Richard de Mos (Economie) en Saskia Bruines (Kenniseconomie) de komende periode - met de stad en regio - aan de slag.