Nieuwsbericht

Inleiding burgemeester bij commissiedebat over vreugdevuur Scheveningen

Gepubliceerd: 16 januari 2019Laatste wijziging: 16 januari 2019

Deze tekst sprak burgemeester Pauline Krikke uit tijdens het commissiedebat op 16 januari 2019 over het vreugdevuur in Scheveningen.

Dank u voorzitter, en dank aan de commissie voor alle gestelde vragen.

Het zal je maar gebeuren. Je staat met je kinderen of je vrienden op de boulevard te kijken naar het vreugdevuur. En ineens is daar dan die regen van vuursnippers, die over jou, je huis of je bedrijf trekt.

De angst die je dan voelt, die kan ik me zo goed voorstellen. Voor de moeder die zich afvraagt of ze haar slapende dochter wel of niet wakker moet maken. Voor de oudere dame die met haar tas klaarzit op de bank voor het geval ze moet vluchten. Voor de mensen die hun dak of tuin nat houden.

En ik denk ook aan de politiemensen en brandweerlieden die op die heftige momenten op de boulevard en in het dorp ervoor hebben gezorgd dat de schade niet groter geworden is. Niet voor mensen, niet voor gebouwen.

Vele Scheveningers hebben kortom verschrikkelijk angstige momenten beleefd door de vuurvonken van het vreugdevuur. Dat is nooit de bedoeling geweest. Niet van de bouwers. Niet van mij. Van niemand.

Er is alle noodzaak grondig te onderzoeken hoe dit heeft kunnen gebeuren. En hoe we voorkomen dat dit ooit nog kan gebeuren.

Er zijn - en dat is heel begrijpelijk - de afgelopen 2 weken én vandaag heel veel vragen gesteld. Die vragen verdienen een antwoord. En zullen worden beantwoord. Maar dat zal niet allemaal vandaag kunnen.

Een onafhankelijk en gedegen onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid is daarvoor van belang. Dat vindt u ook, getuige uw pleidooien voor de Onderzoeksraad in de afgelopen weken.

Dat onderzoek mag op geen enkele wijze worden verstoord. Daarom moeten we met zijn allen terughoudend zijn.

Ik snap de vragen over de afspraken met de bouwers, de precieze omvang van de vuurstapel(s), het toezicht van de gemeente, de mogelijke oorzaken van de vonkenregen, de veiligheidsafwegingen en het functioneren van de crisisorganisatie.

Al dit soort vragen zijn expliciet onderwerp van onderzoek. We zullen de bevindingen van de Onderzoeksraad moeten afwachten, alvorens - ieder voor zich - een politiek oordeel kan vellen. Ik hoop zeer dat u daar begrip voor heeft.

Tegelijk wil ik in dit debat ook zo open mogelijk zijn waar dat kan. Want al in mijn eerste brief aan de gemeenteraad op nieuwjaarsdag schreef ik u dat ik ook kritisch wil kijken naar de rol van de gemeente. En die van mijzelf. Voor die belofte sta ik nog steeds.

Veel van uw vragen gaan gelukkig ook over zaken waar wel het nodige over te zeggen valt, zonder dat we de Onderzoeksraad in de weg zitten. Ik heb mijn inleiding opgebouwd in een aantal blokjes.

1. De informatievoorziening aan uw raad
2. Het proces met betrekking tot de keuze voor het onderzoek
3. Mijn eigen rol en optreden
4. De zorg en nazorg voor de Scheveningers

1 Informatievoorziening raad


Allereerst de informatievoorziening aan de gemeenteraad. Sommigen van u vonden meerdere brieven op verschillende dagen te veel van het goede. Ik licht graag toe waarom daarvoor is gekozen.

Juist als de druk hoog is, bij incidenten als deze, vind ik het van extra belang dat de leden van de gemeenteraad weten wat er speelt en welke besluiten waarom zijn genomen.

U was vast net zo geschrokken als ik. U bent net zo betrokken bij de stad. En u wordt ook gebeld door inwoners, door naasten, door media. Om uw taak als gemeenteraadslid dan goed te kunnen vervullen, heeft u gedegen informatie nodig.

Daarom deel ik wat gedeeld kan worden. In net zoveel brieven als nodig is.

En als ik het even omdraai: stel dat ik u niet op gezette tijden geïnformeerd had en u alles uit de media zou moeten vernemen, dan zou u mij daar zeker op aanspreken. En terecht.

In de eerste uren en dagen na een incident is niet altijd alle informatie meteen beschikbaar. Daarom heeft u zowel op 1 januari als op 2 januari een brief ontvangen met wat op dat moment bekend was. Die brieven zijn namens de burgemeester verstuurd, omdat het puur om het delen van informatie ging.

De beide brieven daarna betroffen eerst de aankondiging van de evaluatie door het Instituut Fysieke Veiligheid en daarna het onderzoek van de Onderzoeksraad. Deze zijn vanuit het college verstuurd, omdat er in beide gevallen een collegebesluit aan ten grondslag lag.

2 Proces tot aan keuze voor Onderzoeksraad


Dat brengt me bij het tweede blokje, het onderzoek. Veel van uw vragen gaan daar ook over. Ik hecht eraan om hierbij direct te erkennen dat dit proces rommelig is verlopen. En dat trek ik me aan.

Ik vind het belangrijk om te benadrukken dat altijd het doel is geweest om een grondige evaluatie te doen, met heldere lessen over hoe in de toekomst met deze traditie om te gaan. Een proces bovendien waarbij het college uw raad zo volledig mogelijk wilde betrekken.

Dat is de reden dat ik in de brief van 1 januari al een grondige evaluatie aankondig, waarin de rol van alle betrokkenen aan de orde moet komen.

In de brief staat dat de directeur Veiligheid een opzet voor een dergelijke evaluatie zou voorstellen. Er staat niet in de brief dat hij het gehele onderzoek naar de oorzaken van de gebeurtenissen en het bestuurlijk handelen zelf op zich zou nemen.

Laat dat bij deze rechtgezet zijn: de directeur Veiligheid had louter de opdracht met een opzet te komen en na te denken over deskundigen. Daarop meldde het college in de brief van 4 januari dat de keuze voor dat externe onderzoek was gevallen op het Lectoraat Crisisbeheersing van het Instituut voor Fysieke Veiligheid.

Die keuze had vooral te maken met de ervaring van het Instituut met evaluatieonderzoek na crises in gemeenten. In het bijzonder hebben zij ervaring met brandincidenten in Nederland.

Ook speelde op de achtergrond mee dat de Onderzoeksraad voor de Veiligheid in principe zelf de keuze maakt om een voorval te onderzoeken. Zij werken, zo gezegd, niet op bestelling.

En de eerste signalen vanuit de Onderzoeksraad waren terughoudend. Men zei in principe pas onderzoek te doen als er sprake is van een ramp met dodelijke ongevallen. Ik citeer de Onderzoeksraad: 'In Scheveningen zijn vooral veel risico’s ontstaan, maar was geen sprake van een ramp.'

Na bekendmaking van het onderzoek door het Instituut bleken er bij een deel van uw raad vraagtekens te bestaan over deze keuze. Die hadden te maken met het feit dat ik - volgens de wet - als burgemeester van Den Haag tevens voorzitter ben van de veiligheidsregio en dus zitting heb in het Algemeen Bestuur van het instituut.

Hoewel de onafhankelijkheid van het lectoraat binnen het Instituut niet ter discussie staat, was ik niet doof voor die geluiden in uw raad.

In een gesprek met dhr. Joustra van de Onderzoeksraad op dinsdag 9 januari gaf hij vervolgens aan desgevraagd bereid te zijn om het onderzoek op zich te nemen.

Dit was voor mij reden, mede gelet op hetgeen veel raadsleden hadden gezegd, na overleg met college en driehoek om de Onderzoeksraad te verzoeken het onderzoek op te pakken.

Vanuit de overtuiging dat iedereen gebaat is bij een zo groot mogelijk draagvlak voor het onderzoek en daarmee voor de aanbevelingen die daaruit zullen volgen. Dat betekent dat de Onderzoeksraad nu aan de slag gaat. De Onderzoeksraad bepaalt zelf de onderzoeksvragen en het tijdpad.

Dat is anders dan bij een onderzoek door het Instituut Fysieke Veiligheid. Dan waren de onderzoeksvragen uw kant op gekomen en had de gemeenteraad deze kunnen bespreken en aanvullen. En hadden we invloed gehad op wanneer de evaluatie kon worden opgeleverd.

U doet vandaag veel suggesties voor hetgeen moet worden onderzocht. De Onderzoeksraad laat weten dat u zich met informatie per mail tot hen kunt wenden.

De intentie van de Onderzoeksraad is om het onderzoek in het najaar af te ronden, zodat dit als basis kan dienen voor afweging en besluitvorming voor de komende jaarwisseling.

3 Eigen rol


Dan kom ik als derde op mijn eigen rol. De Onderzoeksraad zal zich ook buigen over hoe ik als burgemeester heb geopereerd voor, tijdens en na de nieuwjaarsnacht. Dat is terecht. Ook mijn afwegingen en besluiten moeten kritisch tegen het licht worden gehouden.

Ik heb goed gehoord wat u vandaag - en de dagen ervoor - heeft gezegd. Ik ben niet doof voor de kritiek die er is. Die komt stevig bij mij binnen. En die trek ik me aan. Bovendien snap ik dat er veel vragen worden gesteld. Sommigen van u vinden bijvoorbeeld dat ik wel kritisch ben op de bouwers, maar niet op mezelf.

Dat wil ik heel graag rechtzetten.

Iedereen hoopte op een mooi feest. Ook de bouwers. Zij waren ook 'in shock' over de vonkenregen. Niemand heeft die gewild. Zeker zij niet.

Ik beantwoordde na de persconferentie de vraag of al duidelijk was of de hoogte was overschreden. Dat was inderdaad zo. Dat had ik ook al op oudjaarsochtend bekend gemaakt, onder meer op vragen van Omroep West. Want dat was immers ook de reden de veiligheidszone te vergroten door de hekken te verplaatsen.

Ik heb over die overschrijding van de afspraken mijn teleurstelling uitgesproken. Ook op oudjaarsochtend al in een stevig gesprek met de bouwers. En de bouwers hebben dit later ook erkend in gesprek met de driehoek, zoals in de brief van 1 januari ook staat.

Maar dat alles wil niet zeggen dat de vonken over Scheveningen hier een direct gevolg van waren. Hoe die zijn ontstaan, moet blijken uit het onderzoek van de Onderzoeksraad. En tegelijkertijd heb ik diezelfde dag ook gezegd - zie de brief aan de raad van 1 januari - dat ook de rol van de gemeente, en zeker die van mijzelf als burgemeester, onderwerp van onderzoek zou moeten zijn.

Ik heb dus niemand de schuld willen geven. Ik wil wel dat ieders rol, die van mij, van de bouwers, van andere betrokkenen, goed wordt onderzocht.

Kritiek hoort bij het ambt dat ik bekleed. Maar dat wil niet zeggen dat die me niet raakt. Ik ben geen robot. Ik ben met hart en ziel burgemeester van deze stad.

Ik maak keuzes en neem besluiten op basis van de adviezen en de informatie die ik op dat moment heb. Altijd vanuit de overtuiging dat ik het goede wil doen voor de mensen in de stad.

Dat levert soms duivelse dilemma’s op, dat mag u best weten. Wat doe je met een lange traditie als die tegen z’n grenzen aanzit? Dat schreven mijn voorganger en ik na de vorige jaarwisselingen ook al aan uw raad.

Besturen is steeds opnieuw een veiligheidsinschatting maken, omdat steeds de omstandigheden veranderen.

We hebben op die oudjaarsdag alle informatie die we hadden nog eens zorgvuldig doorgenomen. We hebben er in de driehoek over gesproken.

Ik heb vanwege de omvalrisico’s gehandeld op de toegenomen hoogte van de stapels door de veiligheidszone rond de stapels uit te breiden.

Uiteindelijk was mijn overtuiging, gehoord de driehoek en gewogen de informatie en adviezen, dat de vuren veilig konden branden.

Want mag ik het eens anders zeggen: dacht u echt dat als ik er niet van overtuigd was dat het veilig zou zijn, dat ik dan niet zou ingrijpen?

Achteraf moeten we constateren dat - om wat voor reden dan ook, dat moet het onderzoek uitwijzen - er onverwacht bij één van de vuren een enorme vonkenregen ontstond.

Besturen is vaak geen keuze tussen goed of slecht, veel vaker is het kiezen tussen twee kwaden. De vuren zijn immers niet geboren uit luxe.

In 1990 is besloten om vanwege de levensgevaarlijke situatie in de wijken - en de grote overlast - de vreugdevuren te verplaatsen naar het strand. En terug te brengen tot een aantal van twee: één vuur op Scheveningen en één vuur bij Duindorp.

Het is dus voortdurend dilemma’s wegen. En ik weet zeker dat er ook kritiek zou zijn geweest als ik op oudjaarsdag had besloten dat de vuren niet aan mochten.

Ik loop niet weg voor de afwegingen die ik heb gemaakt. En waarvan het nu aan de Onderzoeksraad is om er grondig onderzoek naar te doen.

Laten we hen de ruimte geven.

4 Nazorg Scheveningen


Ik kom bij mijn laatste blokje, de zorg voor de Scheveningers. Ook een onderwerp dat u na aan het hart ligt, getuige de vele vragen erover.

Ook het college is daar veel mee bezig. Ik vind het van groot belang dat we er zijn voor de Scheveningers. Dat we hen zo goed mogelijk helpen met al hun vragen en zorgen. Voor hen was de ellende niet voorbij met het doven van het vuur.

De zorg voor de Scheveningers na het incident stond daarom vanaf het eerste moment op de eerste plaats. In de afgelopen twee weken ben ik vaak op Scheveningen geweest, alleen of samen met collega-wethouders.

Tijdens die bezoeken heb ik gesproken met bewoners en ondernemers, met politiemensen, met de brandweer.
Zij allen vertelden wat zij hebben mee gemaakt. En wat de enorme impact is geweest voor hen en hun naasten.

Ik merkte hoe belangrijk het is dat eenieder die daar behoefte aan heeft zijn of haar vragen kwijt kan of gewoon ervaringen kan delen.

Ik neem u mee in wat we vanaf 1 januari hebben gedaan voor de Scheveningers. Nog in de nieuwjaarsnacht is het e-mailadres jaarwisseling@denhaag.nl ingesteld. Voor vragen, klachten en opmerkingen. Tot nu toe zijn daar zo’n 250 mails binnengekomen. Iedereen heeft een ontvangstbevestiging gekregen. Er wordt momenteel hard gewerkt om elke mail en brief zo snel mogelijk zorgvuldig en persoonlijk te beantwoorden.

Ook is het publiekstelefoonnummer van de gemeente direct op nieuwjaarsdag geïnstrueerd over hoe zij mensen die bellen, kunnen helpen. Daarnaast zijn mensen van Slachtofferhulp Nederland beschikbaar gesteld.

Op 2 januari hebben we het e-mailadres geopend waar mensen foto’s en filmpjes kunnen delen. Inmiddels hebben zo’n 350 mensen beelden gedeeld. Deze worden allemaal ter beschikking gesteld aan de Onderzoeksraad.

Op 5 januari hebben de bewoners van de getroffen wijken en buurten een brief van mij ontvangen met allerlei informatie, ook over verschillende plekken waar mensen terecht kunnen met vragen en zorgen.

De brief gaat onder andere in op de speciale informatiebalie op het stadsdeelkantoor en de koffiemomenten bij de YMCA.

Die informatiebalie is op 7 januari gestart met medewerkers van het stadsdeel die speciaal zijn voorbereid op vragen over het vreugdevuur of mensen op de juiste manier kunnen doorverwijzen.

Gestelde vragen worden bijgehouden, zodat we de informatievoorziening op de website en andere kanalen steeds kunnen verbeteren.

Veel vragen gaan over de schade die mensen hebben en de afhandeling daarvan. Daarvan heeft het college gezegd coulant te willen zijn én te zullen zijn, zodat schrijnende situaties worden voorkomen. Collega Guernaoui zal daar zo dadelijk meer over zeggen.

We vragen bezoekers ook of we hun gegevens mogen noteren, zodat we later nog in contact kunnen komen. Er zijn tot nu toe 40 personen langs geweest bij de informatiebalie op het stadsdeelkantoor.

De koffiemomenten zijn vooral bedoeld voor Scheveningers die hun verhaal kwijt willen over wat hen is overkomen. Tot nu toe zijn er 45 mensen die van dat koffiemoment gebruik hebben gemaakt.

Tijdens die momenten zijn ambtenaren van verschillende diensten aanwezig. Ook leden van het college zijn hier op verschillende dagen bij aangesloten.

Van bewoners die dat goed vonden, zijn ook hier gegevens genoteerd. Waar nodig wordt door het stadsdeel gevolg gegeven aan openstaande vragen of actiepunten.

De balie en het YMCA blijven in elk geval deze week beschikbaar. Daarna bekijken we of er nog behoefte aan is.

Tot zover mijn inleiding,
voorzitter.

Zie ook: denhaag.nl/vreugdevuurscheveningen