Opening collegejaar Hogeschool Inholland, 6 september 2018

Toespraak door burgemeester Pauline Krikke

Geachte leden van het bestuur,

Geachte studenten,

Dames en heren,

Een open, internationale stad, boordevol creatieve mensen.

Zo heb ik Den Haag het afgelopen anderhalf jaar leren kennen.

Die creativiteit kom je op ontelbare plekken in de stad tegen.

Niet alleen bij kunstenaars - zowel professionele als amateurs - maar ook bij ondernemers, kleine en grote. En niet te vergeten bij al die Hagenaars die hun creativiteit inzetten om onze stad nog mooier én duurzamer te maken.

Ik sta er keer op keer versteld van.

En ik ben heel blij met al die creatieve geesten in Den Haag.

Onze stad kan namelijk niet zonder.

Want de stad is nooit af.

De stad is als een rivier: constant in beweging.

Ook nu.

Sinds de internetrevolutie is begonnen, verandert de wereld in een steeds hoger tempo.

We communiceren sneller en makkelijker.

Werk wordt overgenomen door robots en machines.

We kunnen op grote afstand ons werk doen.

Noem maar op.

Onder invloed van die steeds snellere, technische ontwikkelingen verandert niet alleen ons leven en onze levensstijl, die verandering heeft ook consequenties voor de stad.

Tegelijkertijd groeien de grote steden.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Planbureau Leefomgeving voorspellen dat de vier grootste steden van Nederland de komende vijftien jaar een derde van de totale bevolkingsgroei voor hun rekening nemen.

Steden zijn in trek, vooral onder jongeren.

Hoe groter de stad, des te sterker hun aantrekkingskracht.

Het aantal inwoners van Den Haag zal naar verwachting nog voor de helft van deze eeuw met bijna honderdduizend zijn gestegen.

En die groei brengt grote uitdagingen met zich mee.

Over twintig tot dertig jaar zullen onze steden er totaal anders uitzien.

Vergelijkbaar met de grote groei en verandering die ze doormaakten in de late negentiende en vroege twintigste eeuw.

Om het voor u overzichtelijk te houden, zou ik de uitdagingen voor Den Haag in twee categorieën willen indelen.

De fysieke veranderingen en de sociale veranderingen.

Ten eerste alles wat te maken heeft met de fysieke veranderingen in de stad.

Waar wordt in de toekomst gebouwd en waar niet? Waar is er ruimte om te wonen? Waar kunnen ondernemers aan de slag?

Soms kan dat allemaal tegelijk op één plek.

Bijvoorbeeld: de Binckhorst.

Een oud industrieterrein dat verandert in een nieuw gebied met startups en woningen.

Ik ben zo benieuwd hoe dat er over tien jaar uitziet.

De fysieke omgeving is voor mij ook een groene omgeving.

Dus is de vraag: hoe behouden we het kostbare groen, dat zo bepalend is voor de leefbaarheid in de stad? Voor een ommetje met de hond.

Voor het spelen met de kinderen.

Voor een heerlijke avondwandeling door het Haagse Bos of het Zuiderpark.

Om een groene stad te blijven, bouwen we daarom vooral bij de stations en verkeersknooppunten.

En dan speelt de vraag: hoe komen in de toekomst alle inwoners, forensen en bezoekers zo goed, snel en schoon mogelijk van A naar B?

En dan bedoel ik niet alleen in de stad, maar ook tussen de steden onderling.

Iets waar we ons sterk voor maken binnen de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag.  

Tot slot gaat het bij fysieke veranderingen natuurlijk ook over de klimaatverandering.

De strijd tegen de klimaatverandering - en tegen de gevolgen ervan - wordt vooral in de stad gevoerd.

Hoe zorgen we ervoor dat onze huizen op een duurzame wijze worden verwarmd en verlicht?

En wist u vijf jaar geleden wat hitte-eilanden zijn?

Inmiddels een hardnekkig Haags probleem.

En hoe gaan we luchtvervuiling tegen?

Een probleem dat sterk speelt in de steden.

En waar steden dus ook van elkaar kunnen leren.

Precies daarom heb ik vorig jaar samen met de burgemeester van Parijs GUAPO opgericht.

Een stedennetwerk dat de krachten bundelt om luchtvervuiling tegen te gaan.

Maar dames en heren,

het gaat natuurlijk niet alleen om de zichtbare veranderingen in de stad.

En dat brengt mij bij de tweede categorie uitdagingen.

Ook in sociale zin blijft de stad niet bij het oude.

Van oudsher bieden steden mensen veel mogelijkheden om zichzelf te ontwikkelen.

Hun dromen te verwezenlijken.

Te groeien.

Tegelijk is er altijd het gevaar van een tweedeling.

Niet iedereen komt even makkelijk mee in de vaart der volkeren.

Daarom willen we er in Den Haag voor zorgen dat de deuren naar persoonlijke ontwikkeling voor iedereen wagenwijd openstaan.

Dat begint met goed en betaalbaar onderwijs.

Op alle niveaus.

Voor alle leeftijden.

Maar ook op andere manieren moeten we de tweedeling in de stad zien te overbruggen.

Want een stad kan pas echt tot bloei komen wanneer zij ook in sociaal opzicht sterk en evenwichtig is. Daarvoor is essentieel dat we mensen met elkaar in contact brengen.

Ik gun deze stad heel erg dat mensen elkaar een beetje beter weten te vinden.

Dat we ons iets meer verdiepen in de buurt of de wijk om de hoek en de mensen die daar wonen.

Want als we elkaar meer tegenkomen, gaan we minder in stereotypen denken.

Dan ontstaat vaak meer begrip en respect voor elkaar.

En zo worden we met z’n allen een fijnere stad om in te leven.

Een klein voorbeeld: Ik ben actief op Instagram.

Daar laat ik mijn volgers zien wat het ambt van burgemeester zoal met zich meebrengt.

Het leek me nou zo leuk om eens te weten wie de mensen zijn achter mijn volgers.

Ik ken ze natuurlijk online.

Maar wie zijn ze nou in het echt?

Dus organiseerde ik een Instagramavond.

Tientallen volgers ontmoetten mij én elkaar op het stadhuis.

Een avond waar mensen van alle leeftijden met allerlei verschillende achtergronden, en uit alle delen van de stad met elkaar in gesprek raakten.

Elkaar leerden kennen.

Er ontstond een geweldige dynamiek.

Voor al deze uitdagingen, zowel in het fysieke als in het sociale domein, staan we te springen om creatieve en innovatieve oplossingen.

En daarom ben ik zo blij om hier vandaag dit studiejaar te kunnen openen.

Hogeschool Inholland is een onmisbare partner voor Den Haag op weg naar de toekomst.

De studenten van vandaag bouwen de stad van morgen.

Inholland stelt creativiteit voorop.

Daagt studenten uit het beste uit zichzelf te halen.

Eén van hen verwoordt het zo: “Ik dacht altijd dat ik niet creatief was. Maar in vier studiejaren heb ik veel geleerd. Je moet gewoon durven!”

Niet voor niets heet het bij Inholland: Leren is durven.

Durven nieuwe wegen in te slaan.

Durven te experimenten.

En ja, dat kan ook wel eens mis gaan.

Maar ook daar leer je weer van.

En daarom zeg ik tegen alle studenten, zeker de eerstejaars: durf in het diepe te springen!

Ik ben ook ooit in het diepe gesprongen, zoals op mijn eerste dag als burgemeester van Arnhem.

Dat is alweer héééél lang geleden.

En ik heb er geen seconde spijt van.

Want had ik dat niet gedaan, had ik hier nu niet gestaan als burgemeester van Den Haag.

Bovendien, helemaal alleen staan jullie er zeker niet voor.

Er staat een uitstekend team van docenten voor jullie klaar.

Onze stad biedt ook heel mogelijkheden om die verworven kennis in praktijk te brengen door middel van een stage.

Bedrijven, internationale organisaties en ngo’s, de rijksoverheid en niet te vergeten de gemeente: stuk voor stuk fantastische plekken om ervaring op te doen.

Inholland zoekt ook heel actief de samenwerking met de stad en de gemeente.

Iets dat ik natuurlijk van harte toejuich.

Zo werken Inholland en de gemeente samen aan innovatie binnen het sociaal domein.

Een van de concrete voorbeelden daarvan is het Schuldenlab, waar studenten en docenten inwoners helpen met het oplossen van hun schuldenproblemen.

Ik hoop dat zulke vormen van samenwerking in de toekomst alleen maar uitgebreid kunnen worden.

Zodat we samen met Inholland kunnen zoeken naar slimme en nieuwe oplossingen voor de veranderende stad.

De kennis én de creativiteit die studenten hier zich eigen maken, vormen de sleutel naar het Den Haag van de toekomst.

En het Nederland van morgen.

Want de economische motor van dit land draait vooral in de steden, in het bijzonder de G4.

Sterke steden maken een sterk land.

In die geest open ik met veel plezier het studiejaar 2018-2019.


Gepubliceerd: 20 september 2018Laatste wijziging: 31 oktober 2018