Opening jaarcongres over huiselijk geweld, 22 november 2018

Toespraak door burgemeester Pauline Krikke

Dames en heren,

“Met meer kracht zorgen voor veerkracht.”

Toen ik mijn bijdrage van vandaag een tijdje geleden al die titel meegaf, had ik niet kunnen bedenken dat de actualiteit van deze week die titel nog eens zou bekrachtigen.

‘Huiselijk geweld schadelijker dan gedacht voor kinderen’, kopte de NOS maandag op basis van onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut.

Wat blijkt?

In meer dan de helft van de gevallen zijn kinderen niet alleen getuige van geweld tussen ouders, maar zelf ook slachtoffer.

De harde conclusies van het onderzoek:

- Er zijn méér incidenten dan verwacht.

- De gevolgen zijn ernstiger.

- De doorwerking duurt langer.

Het geeft nog maar eens aan hoe goed het is dat we met zovelen naar dit congres zijn gekomen.

Huiselijk geweld, in al zijn verschijningsvormen, is een groot maatschappelijk probleem.

Het is de meest voorkomende vorm van geweld in Nederland.

In alle lagen van de bevolking treffen we het aan.

Het is de meest verborgen vorm van geweld in ons land.

Het is vanwege die verborgenheid dat ik mij als burgemeester inzet voor een betere aanpak van huiselijk geweld.

Want u vraagt zich wellicht af, waarom maakt de burgemeester van Den Haag dit onderwerp tot prioriteit?

Zij gaat toch over de veiligheid en openbare orde in de stad.

Zeker, daar ga ik ook over.

Maar daar past dit juist bij.

Veiligheid in de stad betekent eerst en vooral een veilig thuis.

Je huis moet bij uitstek een veilige en vertrouwde plek zijn.

En als ik het nog iets steviger mag neerzetten: Den Haag is de stad van vrede en recht.

Dan moet er ook vrede en recht heersen achter iedere voordeur in onze straten en wijken.

Ik wil de boodschap uitdragen dat huiselijk geweld niet ‘normaal’ is.

Dat het niet geaccepteerd hoeft te worden.

Die plicht, die morele verantwoordelijkheid, voel ik al sinds ik in de jaren negentig gemeenteraadslid werd in Amsterdam.

Een van mijn eerste werkbezoeken toen was aan een Blijf Van Mijn Lijf Huis.

Dat bezoek maakte diepe indruk op mij.

De indringende gesprekken met vrouwen.

De indringende beelden van die vrouwen met hun kinderen.

Het onderwerp heeft mij sindsdien niet meer losgelaten.

Mijn inzet is er dus vooral op gericht het verborgen geweld zichtbaar te maken en zo te doen stoppen.

Het taboe te doorbreken.

Veel slachtoffers van huiselijk geweld schamen zich diep.

Ik snap dat heel goed.

En dat weerhoudt hen er vaak van om stappen te ondernemen.

Ik hoop dat het helpt wanneer ik me uitspreek over dit onderwerp.

Dat mensen daar kracht uit putten en ze daardoor eerder hulp vragen.

En ik vind het buitengewoon moedig, stoer zelfs, als ze dat ook echt durven.

Want zoiets kost veel innerlijke overredingskracht.

Ik moet vaak denken aan een casus die ik hoorde over een succesvolle vrouwelijke advocaat.

Zij werd met grote regelmaat door haar man in elkaar geslagen.

Hij dronk te veel wijn - heel goede, dat wel – en ging dan vervolgens door het lint.

Zij schaamde zich daar zo verschrikkelijk voor, juist omdat ze dacht dat het in haar ‘kringen’ niet voorkwam.

Uiteindelijk heef ze toch hulp gezocht.

En is het geweld gestopt.

Hulp zoeken.

De drempel over.

Dat is vaak het grootste probleem.

Vaak durven slachtoffers geen aangifte te doen.

Wat dan kan helpen, is dat het openbaar ministerie ambtshalve kan vervolgen, dus zonder dat er een aangifte ligt.

Dan halen we de verantwoordelijkheid voor het ingrijpen weg bij het slachtoffer.

Zo grijpen we direct in, beschermen we slachtoffers en verkleinen we het risico van trauma’ s bij kinderen.

Want we weten dat juist zulke trauma’s funest zijn voor de ontwikkeling van kinderen.

Niet zelden dragen ze ertoe bij dat slachtoffers zich later ontwikkelen tot daders.

Daarom vind ik het heel belangrijk dat daar waar nodig en mogelijk we overgaan tot ambtshalve vervolgen.

Ik heb daarover in Den Haag afspraken gemaakt met politie en Openbaar Ministerie.

Hulp zoeken.

De drempel over.

Om die reden steun ik ook initiatieven als de zelfhulplijn ‘Hear my voice’.

Deze hulplijn is mede mogelijk gemaakt door de vrouwenopvangorganisaties van de vier grote steden.

Ervaringsdeskundigen bieden hier een luisterend oor aan slachtoffers.

Want dáár begint alles mee: met luisteren.

Luisteren naar een stem in nood.

Horen wat diegene te vertellen heeft.

Wat haar of hem is overkomen.

Dat doet Hear my Voice.

En na het luisteren moet dan de volgende stap volgen.

Durven te zeggen: het is genoeg geweest.

Ik vind dit een heel goed initiatief.

Niet alleen omdat slachtoffers bij deze hulplijn hun verhaal kwijt kunnen.

Maar ook omdat ze daardoor gestimuleerd worden voor zichzelf op te komen.

Hun veerkracht en hun weerbaarheid te tonen.

En mede daardoor hun zelfrespect herwinnen.

Dames en heren,

Hoe goed deze en andere initiatieven ook zijn, hoe groot onze aandacht voor huiselijk geweld ook is, toch kennen we allemaal gevallen die toch vastlopen.

Niet vanwege verkeerde bedoelingen of een gebrekkige inzet, maar omdat onze aanpak simpelweg nog niet perfect is.

Om die reden heb ik in Den Haag het Doorbraakteam huiselijk geweld in het leven geroepen.

Samen met alle mensen die betrokken zijn bij de aanpak bespreek ik weerbarstige gevallen en kijken we waar het misgaat.

Doel van het Doorbraakteam is niet alleen om de betreffende casus vlot te trekken, maar vooral om tekortkomingen in het systeem van huiselijk geweld op te sporen.

Tijdens de afgelopen bijeenkomsten van het Doorbraakteam is mij een aantal dingen opgevallen.

Allereerst ben ik onder de indruk van de gedrevenheid en de deskundigheid van de professionals die met huiselijk geweld bezig zijn.

We hebben een heel stevig en vooral coöperatief netwerk in onze stad, dat met veel kracht en inzet werkt aan oplossingen.

Wat me ook steeds meer helder wordt, is dat bij huiselijk geweld vaak sprake is van langlopende problematiek.

We ontdekken steeds vaker dat het geweld soms al verschillende generaties terug gaat.

Is het dan logisch dat we gezinnen toch al vrij snel weer ‘los laten’?

Ik denk dat deze benadering opnieuw onderwerp van gesprek moet zijn.

Een derde punt dat voor mij zonneklaar is: met hulp aan slachtoffers alleen zijn we er niet.

We moeten ook naar de daders kijken.

Het klinkt niet altijd even populair, maar ook zij moeten worden geholpen.

Met alleen het straffen van daders komen we er niet.

Door het verbeteren van de samenwerking tussen straf en zorg moet het mogelijk zijn om duidelijker grenzen te stellen aan de plegers van huiselijk geweld.

Het huisverbod is daarbij een goed middel.

Het bevriest het geweld.

En geeft ruimte de zorg op gang te brengen.

Uitgangspunt moet daarbij zijn: hoe herstellen we de veiligheid die een gezin moet bieden?

Daartoe moeten strafrecht, bestuurlijke maatregelen én hulpverlening zo goed mogelijk op elkaar aansluiten.

Alleen zo kunnen we de spiraal van geweld doorbreken.

Ik ben dan ook heel blij met de inzet van minister De Jonge en minister Dekker op dit punt. Zij hebben veel aandacht voor huiselijk geweld.

En beide ministers gaan samen met de G4 onderzoeken waarom er sprake is van een teruglopende inzet van het huisverbod, terwijl niemand het idee heeft dat het probleem kleiner wordt.

Ik verwijs ten overvloede nog maar eens naar het onderzoek van deze week.

Aandacht voor daders.

Voor de plegers van huiselijk geweld.

Ik benadruk nog maar eens hoe belangrijk dat is.

Want niet iedere pleger is alleen pleger.

Hoe vaak zien we niet dat het slachtoffer van vroeger later zelf dader wordt?

Of dat het zelfs samen valt, dat dader tegelijk ook slachtoffer is?

Een goed voorbeeld hiervan trof ik onlangs in Den Haag.

Een pleger van huiselijk geweld ontving hulp van De Waag, een instantie voor forensische zorg.

Zijn leven was op dat moment heel onoverzichtelijk.

Hij werd geplaagd door zorgen over zijn gezondheid, zijn werk, zijn woonruimte en de relatie met vrouw en kind.

En dan was er ook nog een ex-partner en de kwestie van de omgang met de kinderen uit die relatie.

Hij moest aan allerlei zaken tegelijk denken en had met veel hulpverleners te maken:

de reclassering, de Waag en het Centrum voor Jeugd en Gezin.

Het lukte het hem niet continuïteit te brengen in zijn afspraken met deze instanties.

Dan kunnen we het met z’n allen nog zo goed regelen, maar als iemand het uiteindelijk zelf niet voor elkaar krijgt, staan we allemaal machteloos.

Zou het daarom niet een goed idee zijn om voor mensen zoals hij een buddysysteem op te zetten?

Een netwerk van begeleiders die plegers bij de hand nemen en helpen in het behandelproces?

Net zoals we voor slachtoffers de drempel verlagen om hulp te zoeken, moeten we dat ook in het geval van de daders doen.

Want de spiraal van huiselijk geweld kunnen we pas echt doorbreken, wanneer we de kans op recidive bij daders zo klein mogelijk maken.

Dames en heren,

Jaarlijks worden 200.000 volwassenen en 120.000 kinderen in Nederland slachtoffer van huiselijk geweld.

Een op de drie geweldsmeldingen bij de politie betreft een geval van huiselijk geweld.

Ik hoef u niet te vertellen hoe urgent dit probleem is.

En hoe ontwrichtend de gevolgen op lange termijn kunnen zijn.

Ik heb grote waardering voor uw inzet.

Ik probeer zelf ook mijn steentje bij te dragen.

Samen moeten we er alles aan doen deze funeste vorm van geweld uit te bannen.

Het taboe doorbreken.

Slachtoffers bijstaan.

Daders straffen én helpen.

Met meer kracht zorgen voor veerkracht.

Ik wens u veel inspiratie en wijsheid.

Gepubliceerd: 22 november 2018Laatste wijziging: 26 november 2018