Bijeenkomst met jonge Europese diplomaten, 7 juni 2019

Toespraak door burgemeester Pauline Krikke

Dames en heren,

Heel hartelijk welkom in Den Haag!

De internationale stad van vrede en recht.

En van oudsher een diplomatiek centrum.

Wat mooi, dat u hier bijeen kunt komen voor deze bijeenkomst over de toekomst van de Europese diplomatie.

Het zijn spannende tijden voor Europa.

En zeker ook voor jonge diplomaten zoals u.

Spannend moet het ook geweest zijn, toen destijds in Den Haag de eerste stappen werden gezet richting een verenigd Europa.

In 1948, tijdens het Congres van Europa.

Onder leiding van Sir Winston Churchill, die als enige wél mocht roken in de historische Ridderzaal.

Het waren de jaren dat Den Haag en heel Europa opkrabbelde na de immense verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog.

In die dagen was er nog gebrek aan alles en veel was nog op de bon.

Maar aan één ding was geen tekort: hoop.

Hoop op een betere, menswaardige toekomst.

In vrede en welvaart.

Het was die hoop die het Congres van Europa bevleugelde.

De uitdagingen waar Europa zich voor gesteld zag waren groot.

Maar het lukte om Europa weer op te bouwen.

Dankzij de genereuze steun van het Marshallplan.

Én omdat Europa koos voor de weg van samenwerking en verzoening.

Zeventig jaar later staan we wederom voor grote uitdagingen.

Uitdagingen op het terrein van duurzaamheid.

Op het gebied van huisvesting, werkgelegenheid, bereikbaarheid en vervoer.

Sommige van die zaken kunnen we niet alleen oplossen.

Simpelweg omdat het gaat om grensoverschrijdende fenomenen.

Ik denk bijvoorbeeld aan het terugdringen van de klimaatverandering.

Maar ook aan zaken als de opvang van vluchtelingen uit landen die worden geteisterd door oorlog of natuurrampen.

Sowieso merken we hier in Den Haag, een stad waar ongeveer de hele wereld thuis is, al snel wanneer zich elders dramatische ontwikkelingen voordoen.

Iets dat ook voor veel andere steden in Europa opgaat.

En mede daarom is het ook zo belangrijk dat Europa eendrachtig opereert op het internationale toneel.

Er wordt veel gesproken over de toekomst van de Europese Unie.

De Brexit sleept zich voort en brengt veel onzekerheid met zich mee.

Vooral voor burgers en ondernemers.

Op veel terreinen kunnen of moeten zaken anders geregeld worden.

Maar daarbij gaan velen vaak voorbij aan misschien wel het allerbelangrijkste:

Europa kan haar welvaart en invloed alleen behouden als zij als eenheid naar buiten treedt.

Maar we moeten niet alleen naar Europa kijken.

Ook de steden zijn aan zet.

En die zoeken dan ook meer en meer zelf de samenwerking onderling.

Ik heb het niet zozeer over de aloude stedenbanden.

Maar over nieuwe vormen van samenwerking.

Enerzijds door kennis en ervaring te delen.

Anderzijds bouwen we netwerken, om zo de veerkracht van steden te vergroten.

We moeten niet vergeten dat bijna driekwart van de wereldbevolking in steden woont.

Dat betekent dat de grote uitdagingen van dit moment, zoals het terugdringen van de klimaatverandering, voor een belangrijk deel in steden moet plaatsvinden.

Daarom werkt Den Haag bijvoorbeeld samen in organisaties als het Global Parliament of Mayors en het 100 Resilient Cities Network.

Die nieuwe rol van steden bracht ook de Secretaris-Generaal van de VN onder de aandacht bij zijn bezoek aan Den Haag.

Hij ziet de machtsverhoudingen in de wereld verschuiven van nationale regeringen naar steden en bedrijven.

En daarom is het zo belangrijk dat steden, in alle opzichten, gezond zijn.

Want sterke steden maken sterke landen.

Den Haag ziet het als haar opdracht om die ontwikkeling waar mogelijk te ondersteunen.

En zo actief bij te dragen aan de opbouw van stabiele, vreedzame en rechtvaardige samenlevingen.

Helaas zien we ook een andere tendens.

Een tendens om de luiken te sluiten en de bruggen op te halen.

Autoritaire krachten winnen aan invloed.

Zij hebben lak aan de rechten van minderheden.

Aan internationale afspraken, zoals het klimaatakkoord van Parijs.

Aan breed gedeelde waarden van vrijheid, tolerantie en naastenliefde.

Op teveel plekken in de wereld proberen politici de wissels om te zetten.

Richting het verleden.

En gaan daarbij moedwillig voorbij aan de belangen van de huidige en komende generaties.

Ik zeg u heel eerlijk: deze ontwikkelingen baren mij grote zorgen.

Ik geloof niet in ieder voor zich in z’n eigen cocon.

Ik geloof in de kracht van openheid en internationale samenwerking.

Dat is ook de kracht van Den Haag.

De stad waar de wereld thuis is.

Ik geloof ook in de kracht van nieuwe generaties.

En als ik dan naar u kijk dan zie ik het toch niet zo somber in.

Want wie zie ik hier voor mij?

Een grote groep jonge diplomaten, verzameld in de internationale stad van vrede en recht.

Zo’n honderd bevlogen mannen en vrouwen, met een duidelijk doel voor ogen:

Bruggen bouwen en samenwerken.

De seinen op groen zetten.

En de wissels weer richting de toekomst.

Ik wens u een bijzonder interessante dag toe.

En wie weet, komen wij elkaar in de toekomst hier in Den Haag nog eens tegen.

Daarom: hopelijk tot ziens!

Gepubliceerd: 7 juni 2019Laatste wijziging: 7 juni 2019