skip_navigation_text skip_navigation_text
  • NL Nederlands
  • lees voor
  • rss
Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht

Welkomstwoord door burgemeester Van Aartsen bij de viering van het 50-jarig bestaan van de American Chamber of Commerce in the Netherlands, 23 januari 2012

Gepubliceerd: 27 januari 2012 Laatste wijziging: 27 januari 2012

Welkomstwoord door burgemeester Van Aartsen bij de viering van het 50-jarig bestaan van de American Chamber of Commerce in the Netherlands, 23 januari 2012

Koninklijke hoogheid,
Meneer de minister president,
Meneer de zaakgelastigde (Edwin Nolan),
Excellenties,
Geacht bestuur van de American Chamber of Commerce in the Netherlands,
Dames en heren, 


Ik heet u allen van harte welkom, hier in het atrium van het stadhuis. Ons Haagse ‘Witte Huis’. 

En voor wie van verder komt: welkom in onze internationale stad van vrede en recht. De stad waar vijftig jaar geleden de American Chamber of Commerce in the Netherlands is opgericht!  

Hier, in Den Haag, is overigens wel meer Nederlands-Amerikaanse geschiedenis geschreven.

Velen van u kennen het verhaal van John Adams. Maar staat u mij toe om ook een Nederlandse historische figuur in herinnering te roepen: Gijsbert Karel van Hogendorp. De man die ons land zijn grondwet schonk, na die van de Verenigde Staten één van de oudste nog bestaande grondwetten van de wereld. Hier in Den Haag stond Van Hogendorp aan de wieg van ons Koninkrijk, waarvan wij in 2013 het tweehonderdjarig bestaan zullen vieren. Onder de titel: “Nederland is jarig”. Die zelfde Van Hogendorp was in zijn jonge jaren naar de Verenigde Staten gereisd, na een verblijf aan het hof van de Pruisische koning Frederik de Grote. Over contrasten gesproken! In Amerika sloot hij vriendschap met niemand minder dan Thomas Jefferson, de latere president.  

Een andere president, Theodore – Teddy – Roosevelt, een van mijn favoriete Amerikaanse presidenten, maakte 125 jaar later de grote oversteek in tegenovergestelde richting: hij kwam in 1907 naar Den Haag voor de Tweede Vredesconferentie, die hij zelf had geïnitieerd. Hij verbleef in Hotel des Indes, dat nog steeds in het bezit is van een dankbriefje van de president met Nederlandse wortels.  

Tijdens die Vredesconferentie werd de eerste steen gelegd van het Vredespaleis, dat in 1913 werd voltooid. Dat paleis, al sinds jaar en dag het icoon van Den Haag als ‘legal capital’, zou er niet zijn gekomen zonder de genereuze donatie van Andrew Carnegie, de Amerikaanse staalmagnaat en filantroop met Schotse wortels.  

De banden tussen Nederland, in het bijzonder Den Haag, en de Verenigde Staten zijn sinds die tijden alleen maar hechter geworden. Ook op economisch vlak. Als belangenbehartiger van de Nederlands-Amerikaanse handel speelt de American Chamber of Commerce op dit terrein een zeer belangrijke rol. Dankzij de ‘AmCham’ zijn zo’n 80 Amerikaanse investeringsprojecten naar de regio gehaald. Op dit moment zijn er 50 bedrijven met een moederbedrijf uit de Verenigde Staten in Den Haag geregistreerd, die samen goed zijn voor zo’n 2200 banen. Ook in de opbouw van het nieuwe veiligheidscluster The Hague Security Delta spelen Amerikaanse bedrijven een toenemend belangrijke rol. Dat alles is verheugend nieuws, zeker in deze economisch moeilijke tijden. Want, zoals u, de minister president, het bij uw bezoek aan president Obama het zo duidelijk zei, draait het  uiteindelijk maar om één ding: jobs, jobs, jobs.  

Bovendien betekent de toename van onze handelscontacten met de Verenigde Staten ook een impuls voor Den Haag als centrum van internationaal recht. Waar vroeger vooral staten tot de internationale gemeenschap werden gerekend, zijn dat de laatste jaren in toenemende mate ook NGO’s en multinationals. Interessant is dat Hugo de Groot, de vader van het internationale recht, hier in Den Haag deze brede visie op de internationale gemeenschap al in de vroege zeventiende eeuw huldigde. Volgens hem bestond de internationale gemeenschap geenszins uit alleen staten, maar ook uit individuen, ondernemingen en groepen die we tegenwoordig zouden omschrijven als ‘non-state actors’.

Dankzij de aanwezigheid van de vele internationale organisaties, NGO’s, maar ook talloze internationale ondernemingen, vormt Den Haag een goede afspiegeling van de enorme verscheidenheid aan actoren in de internationale gemeenschap. Den Haag zou dan ook goed kunnen fungeren als een soort proeftuin voor veranderingen op het gebied van internationale samenwerking en internationale wetgeving. Kortom, zo kunnen het internationale bedrijfleven en het internationaal recht elkaar over en weer versterken en stimuleren.  

Ik feliciteer de American Chamber of Commerce in the Netherlands van harte met haar vijftigjarig bestaan en breng graag een dronk uit op de toekomst van de Nederlands-Amerikaanse handelscontacten.

Stuur artikel door

*verplicht