Uw zoekopdracht

Verslag stadsdeelgesprek Segbroek

Gepubliceerd: 21 december 2010 Laatste wijziging: 21 december 2010

Op 14 december 2010 vond het 9e stadsdeelgesprek van de gemeente Den Haag plaats. In Theater de Regentes kwamen vertegenwoordigers van bewonersorganisaties en andere instellingen en sleutelfiguren uit het stadsdeel Segbroek samen.

Aan de slag in de wijk!

Verslag op hoofdlijnen van de discussie over het nieuwe beleidskader bewonersorganisaties en de nieuwe inspraak- en participatieverordening

Namens de gemeente is de wethouder van Onderwijs en Dienstverlening, Ingrid van Engelshoven aanwezig, stadsdeeldirecteur Annita de Bruijne en andere medewerkers van het stadsdeel Segbroek en het stadhuis

Gespreksleider is Menno Bentveld.

Opening

Menno Bentveld opent de bijeenkomst en heet iedereen van harte welkom. Ter inleiding stelt hij eerst een paar vragen aan wethouder Van Engelshoven over de achtergrond van het nieuwe beleidskader bewonersorganisaties en de nieuwe inspraak- en participatieverordening.

Nieuwe beleidskader

De wethouder heeft vaker de vraag gekregen of bewonersorganisaties niet gewaardeerd worden voor de activiteiten die zij doen. De wethouder benadrukt dat ze de inzet juist heel erg waardeert. Wel zou zij graag zien dat er meer groepen dan nu actief worden in hun wijk. Met het nieuwe beleidskader bewonersorganisaties heeft zij een voorstel gedaan waarmee zij hoopt te stimuleren dat er meer activiteiten worden georganiseerd waar de wijk behoefte aan heeft en dat er nog meer groepen bewoners betrokken worden. Ze omschrijft de relatie tussen gemeente en bewonersorganisatie nu als kil. Met een druk op de knop op het stadshuis wordt subsidie gegeven. Ze hoopt op een meer actieve relatie tussen stadsdeel en bewonersorganisatie waarin kritisch gekeken wordt naar waar behoefte aan is. Groepen die zich niet vertegenwoordigd voelen door een bewonersorganisatie, kunnen ook rechtstreeks bij het stadsdeel terecht.

De wethouder voert vanavond voor de 9e keer het gesprek over het nieuwe beleidskader. Ze heeft op andere avonden groepen op zien staan die dit als kans zien om zelf aan de slag te gaan, vaak in samenwerking met een bewonersorganisatie. De wethouder verwacht niet dat er meer om het geld gevochten zal worden. Juist hoopt ze dat er meer samengewerkt gaat worden. Het geld zal zo ingezet moeten worden dat het profijt maximaal is. Niet al het geld moet automatisch naar de bewonersorganisaties gaan. Ze heeft veel zorgen gehoord. Ook hier in Segbroek zullen zorgen zijn, maar de wethouder ziet hier vooral actieve organisaties. Voor die groepen verandert er weinig.

Angsten bewonersorganisaties

Alvorens de wethouder in discussie gaat met de aanwezigen, is het woord aan dhr. Zuidersma. Naast zijn voorzitterschap van de Haagse Koepel is dhr. Zuidersma eveneens voorzitter van de Heesterbuurt in Segbroek. In die laatste rol spreekt hij vanavond. Hij is bij alle stadsdeelgesprekken aanwezig geweest en heeft een inventarisatie gemaakt van de angsten die bij veel bewonersorganisaties leven. Drie zaken zijn van belang voor alle bewonersorganisaties en dat zijn huisvesting, administratieve ondersteuning en de communicatie.

Bewonersorganisaties moeten passen binnen de visie van de gemeente, maar dhr. Zuidersma is benieuwd wat die visie is. Bewonersorganisaties die het nu al goed doen, hoeven zich weinig zorgen te maken, heeft de wethouder vaker aangegeven. Toch wordt de basissubsidie gekort naar 10 of 20%. Met die korting wordt het idee gewekt dat bewonersorganisaties niet goed hebben gefunctioneerd. Als dat zo is, vraagt dhr. Zuidersma zich af waarom de gemeente niet heeft ingegrepen. Waarom niet aan het eind van het jaar afrekenen op basis van het jaarwerkplan? Het gaat om publiek geld en het is terecht dat er kwaliteitseisen gesteld worden, maar hij vraagt hoe dat zit met groepen die geen rechtspersoon zijn. Het is moeilijk om vrijwilligers te krijgen. Wat doet de gemeente om dat te bevorderen? Met een pot geld bij de stadsdelen, komen vrijwilligers niet vanzelf.

Werven vrijwilligers

De wethouder weet dat het vinden en binden van vrijwilligers niet gemakkelijk is. Deze week gaat er een voorstel de inspraak in hoe vanuit de gemeente het vrijwilligerswerk meer gestimuleerd kan worden. De wethouder zou ook graag zien dat bewonersorganisaties proberen vrijwilligers te activeren. Dat is niet gemakkelijk, maar op voorhand moet niet gezegd worden dat het niet kan. Jongeren blijken weinig actief te zijn bij bewonersorganisaties. Ze zoeken naar andere vormen van organiseren. Als gemeentebestuur wordt gekeken hoe vrijwilligers meer ondersteund kunnen worden. Wat nu gedaan wordt door professionele welzijnsorganisaties gaat in de toekomst mogelijk meer worden uitgevoerd door vrijwilligers. De wethouder wil de bezuiniging niet omschrijven als sanctie. Naast de basissubsidie krijgen bewonersorganisaties subsidie op basis van het activiteitenplan. Wat verandert is dat de subsidie geen automatisme meer is.

Dhr. Tettero van Bewonersorganisatie ReVa vraagt zich af hoe de gemeente gaat werven. St. Hof doet dat ook. Die hebben ook geen vrijwilligers te over. Wat kan de gemeente dan nog extra doen?

Dat is geen makkelijk opgave, geeft de wethouder aan. Ze heeft tijdens deze gesprekken groepen op zien staan en het is een uitdaging om deze en andere groepen erbij te betrekken.

Dhr. Tettero weet dat er een paar bewonersorganisaties niet goed functioneren en bij die organisaties zou democratie verplicht moeten worden.

De wethouder geeft aan dat een van de kwaliteitseisen is dat bewonersorganisaties zich breed openstellen.

Dhr. Rijn geeft ten aanzien van het werven van vrijwilligers aan dat Boog voor hen actief is. Het budget van het wijkberaad is voor een deel geoormerkt voor welzijn. Het is lastig om vrijwilligers te vinden. Voor ad hoc activiteiten gaat dat goed, maar niet voor permanente inzet. Straks gaat de bewonersorganisatie als rechtspersoon fungeren voor die ad hoc groepen. Daar is een bewonersorganisatie niet voor, geeft dhr. Rijn aan.

De wethouder vertelt dat een aantal bewonersorganisaties wel op die manier werkt, zoals bijvoorbeeld in Haagse Hout en Laak. Zij vinden een manier om samen te werken.

Dhr. Rijn vraagt zich af hoe het zit met groepen die geen rechtspersoon zijn en via het wijkberaad geld ontvangen. Het wijkberaad kan daar niet de verantwoording voor nemen, omdat ze geen invloed hebben op hoe het geld besteed wordt.

De wethouder geeft aan dat het ook niet hoeft als het wijkberaad dat niet ziet zitten. Er zijn ook bewonersorganisaties die dat wel samen willen oppakken met die ad hoc groepen.

Diversiteit

Een bewoonster geeft aan dat er per stadsdeel naar de bewonerssamenstelling gekeken moet worden. Regentesse-Valkenboskwartier (ReVa) is bijvoorbeeld een multiculturele wijk. Daarbinnen zijn verschillende organisaties actief.

Dat is ook de reden dat de budgetten naar de stadsdelen gaan, legt de wethouder uit. De verschillen per wijk zijn er inderdaad. De ene groep heeft meer ondersteuning nodig dan de andere.

Een bewoonster uit ReVa zet zich al jaren in voor haar wijk. De administratieve ondersteuning die ze hebben, is hard nodig, want zij werken zelf al vele uren.

De wethouder geeft aan dat ondersteuning niet binnen de basissubsidie valt. De mate van ondersteuning is afhankelijk van de activiteiten. Hier geldt maatwerk per stadsdeel. Het is zonde om ondersteuning als automatisme toe te kennen.

Een van de aanwezigen vraagt op welke objectieve criteria getoetst wordt bij toekenning ondersteuning. Annita de Bruijne, stadsdeeldirecteur, legt het proces uit. Deze discussie is niet nieuw, want er komen nu al subsidieaanvragen binnen voor afzonderlijke activiteiten. Bij een activiteit hoort een kleine begroting. Door middel van een eenvoudige onderbouwing dient aannemelijk gemaakt te worden waar het geld voor nodig is. Dat geldt ook voor het aanvragen van ondersteuning. Er is geen sleutel voor, maar het is maatwerk. Sommige thema’s zijn lastig en complex en daar is meer ondersteuning voor nodig.

Er wordt aan de wethouder gevraagd wat zij verstaat onder een weinig actieve bewonersorganisatie. De wethouder geeft aan dat er grote verschillen bestaan tussen bewonersorganisaties in de stad. Wat de gemeente verwacht is dat een bewonersorganisatie met een activiteitenplan komt en onderbouwt hoe ze de bewoners wil betrekken. Als dat er ligt, en ze organiseren activiteiten waar de buurt op zit te wachten, dan zal het budget ongeveer gelijk kunnen zijn.

Een mevrouw zou graag een andere inslag willen voorstellen. Als een bewonersorganisatie weinig actief is en een wijk heeft behoefte aan activiteiten, dan zou daar juist extra geld naar toe moeten om die mensen te activeren.

De wethouder zou het jammer vinden als dan geld zou blijven liggen.

Deze mevrouw verwacht dat dat geld nooit zal blijven liggen. In Segbroek is veel activiteit. Actieve mensen in Segbroek zouden kunnen ondersteunen in andere wijken.

De wethouder vindt het goed als bewonersorganisaties een stimulans kunnen zijn voor anderen.

Een van de aanwezigen geeft aan dat het onverstandig is om over Segbroek als geheel te spreken. De wijken zijn zeer divers in sociaal-economisch opzicht. In economisch minder goede wijken zou je moeten stimuleren actief te worden. In goede wijken zie je doorgaans dat activiteiten vaak pas dringend worden als er problemen zijn, geeft ze aan. Als je niet erg vaardig bent, dan is het moeilijk om bijvoorbeeld een website op te zetten. Het succes van activiteiten is niet alleen afhankelijk van de inzet van mensen, maar is afhankelijk van verschillende factoren.

De wethouder beseft dat er verschillen zijn tussen wijken. Daarom wordt er ook gestreefd naar maatwerk en er moet precies gekeken worden per wijk wat er nodig is. Daarom gaan budgetten ook naar de stadsdelen, waar de afstand tot bewoners kleiner is, zodat maatwerk geleverd kan worden. In de wijken waar activiteiten lastiger van de grond komen, kan het stadsdeel prikkels geven om activiteiten op gang te brengen.

De mevrouw die dit inbracht, denkt dat de wethouder misschien niet zo goed weet hoe bewonersorganisaties werken. Bij de stadsdeelkantoren weten ze dat hopelijk wel. Dan kan het geld ook preciezer ingezet worden en dan is bekend waar en waarom mensen actief zijn en waar niet.

De wethouder gaat ervan uit dat, naast de stasdsdeeldirecteuren, de stadsdeelwethouders de bewonersorganisaties kennen.

Aanpak

Dhr. Van der Heijden begrijpt de aanpak niet. Op het stadhuis wordt het plan gemaakt en dan gaat het naar bewoners. In het coalitieakkoord staat dat er gestreefd wordt naar een open transparante bestuursstijl. Daar getuigt deze aanpak niet van, is dhr. Van der Heijden van mening. Als eerst de vrijwilligers waren geraadpleegd, had het stuk er heel anders uitgezien.

De wethouder geeft aan dat ze om die reden uitvoerig in gesprek is met alle stadsdelen om te horen wat er goed gaat, maar ook wat er beter kan.

Dhr. Van der Heijden had graag gezien dat dat in de voorfase was gebeurd. Dan had de wethouder meer kennis van zaken gehad om een voorstel te doen. Hij maakt zich niet zo veel zorgen over het nieuwe beleidsvoorstel. Zijn bewonersorganisatie voldoet aan de kwaliteitseisen. Hij beseft dat bezuinigen moet, maar dat bewonersorganisaties wel in stand moeten worden gehouden. Voor het jaarplan moet een bewonersorganisatie voldoende tijd krijgen. Bovendien moet er ruimte zijn voor de initiatieven die gedurende het jaar opkomen.

De wethouder vindt dat laatste zeer terecht, dat is ook al vaker aan de orde gekomen. Het beleidsvoorstel moet hierop aangepast worden en er moet ruimte gegeven worden aan initiatieven die gedurende het jaar opkomen.

Een bewoonster is 12 jaar bestuurslid geweest van een wijkberaad. Ze heeft gezien dat er groepen geen gebruik mogen maken van de ruimtes die er zijn. Ze vindt dat er dingen moeten veranderen.

Een andere bewoonster vraagt zich af of er wel het besef is hoeveel werk er verzet wordt door vrijwilligers en hoeveel werk zij ambtenaren uit handen nemen. Ze zou graag zien dat de regels soepeler worden gemaakt en wil dat er ruimte is voor nieuwe activiteiten gedurende het jaar.

De stadsdeeldirecteur geeft aan dat het stadsdeel één keer per jaar grootschalig met alle actieve bewoners bij elkaar zit om het stadsdeelplan op te stellen. Als er gedurende het jaar zich activiteiten voordoen, dan is de stadsdeeldirecteur ervan overtuigd dat daar flexibel mee omgegaan kan worden. De wethouder voegt hieraan toe dat maatwerk zeer essentieel is en dat de inzet van vrijwilligers zeer belangrijk is voor de leefbaarheid van een wijk.

Continuïteit

Dhr. Diest van De Verademing heeft in de afgelopen 5 jaar nog nooit een zelfde ambtenaar gezien. St. Boog kan wel continuïteit in de ondersteuning bieden. Ondersteuners vormen een deel van het beleidsgeheugen.

De wethouder vindt het bewaken van de continuïteit vanuit de gemeente een belangrijk aandachtspunt. Sommige plannen zijn zeer langdurig.

Mw. Stoon van ReVa wil graag een pleidooi houden voor St. Boog. Op initiatief van de gemeente is St. Boog opgericht. Nu wordt gezegd dat ze niet meer nodig zijn, terwijl ze zeer belangrijk werk doen.

St. Boog doet meer dan ondersteuning, legt de wethouder uit. Haar collega wethouder komt binnenkort met een voorstel voor het welzijnswerk. De wethouder is niet van mening dat ondersteuning niet meer nodig is, maar maatwerk is hierin van belang. Het blijft voor bewonersorganisaties mogelijk ook elders ondersteuning in te huren.

De heer De Leef van ReVa is van mening dat de bezuinigingen buiten kijf staan, maar het lijkt wel of ieder nieuw college met nieuwe plannen komt. Bewonersorganisaties moeten het hebben van continuïteit en iedere 4 jaar hangen ze aan de touwtjes van de subsidiegevers. Bij de gemeente wordt niet geluisterd naar het algemeen belang.

De wethouder geeft aan dat dit nieuwe beleidsvoorstel continuïteit niet in de weg staat. Waar het niet goed gaat, moet gekeken worden hoe het beter kan. Hier in Segbroek gaat veel goed en zal misschien weinig veranderen. De banden met het stadsdeel zullen verstevigen. Door het bundelen en deconcentreren van verschillende subsidies zal het stadsdeel meer ruimte krijgen.

Dhr. De Leef vindt dat het een jojo-beleid is en dat dit al eerder is gezegd. Hij zou graag zien dat er meer aandacht voor continuïteit komt.

Doel

Dhr. Sauerbreij van wijkberaad Vruchtenbuurt vindt dat niet duidelijk is wat het doel van deze avond was en waar deze zich bevindt op de participatieladder. Als tip wil hij de wethouder meegeven dat ze aan de start de ruimte voor participatie duidelijk maakt.

De wethouder geeft aan dat de bedoeling van deze avond raadplegen is. Op basis van deze avonden gaat een divers samengestelde werkgroep aan de slag om tot een aangepast voorstel te komen. De wethouder is met de nieuwe verordening gekomen om vooraf de ruimte voor participatie aan te geven.

Een van de aanwezigen biedt “een printer” aan de wethouder aan. Hij zit met zijn bewonersorganisatie vast aan een zogenaamd wurgcontract en een oplossing zou zijn als de gemeente de printer overneemt en afboekt als frictiekosten.                                                                   

Bezuinigingen

Een bewoonster geeft aan dat er veel onrust is bij St. Boog over de bezuinigingen. Ze maken zich zorgen. Naar mate de bewonersorganisatie Bomenbuurt actiever is, hebben de ondersteuners ook meer werk. Meer uren op grond van meer activiteiten zou in haar ogen ook tot de mogelijkheden moeten behoren. Als laatste geeft ze aan dat het decentraal brengen van meer subsidies meer werk op de stadsdelen betekent. Ze hoopt dat dat te rijmen is met het feit dat er op ambtenaren bezuinigd moet worden.

De wethouder geeft aan dat er bij St. Boog al bezuinigd wordt. Het is aan Boog zelf om die bezuinigingen in te vullen. De wethouder beseft dat overal waar bezuinigd wordt onrust is.

Dhr. Van Swieten zet zich stadsbreed in voor allerlei projecten die met groen te maken hebben. Hij denkt dat er met dit nieuwe plan veel vrijwilligers afhaken.

Vanuit de zaal wordt aangegeven dat er veel tijd gestopt moet worden in het indienen van het plan.

De stadsdeeldirecteur geeft aan dat er al jaren gewerkt wordt met een flexibel budget. Ze heeft nooit gehoord dat dit te veel administratieve rompslomp met zich mee brengt. Als een activiteit goed is verlopen en verantwoording is afgelegd, wordt het resterende bedrag overgemaakt. Dat is een methodiek die werkt.

De wethouder wil het misverstand uit de weg helpen dat het activiteitenbudget alleen is voor ad hoc activiteiten. Dit budget is juist ook bedoeld voor structurele activiteiten, zoals belangenbehartiging.

Subsidie

Een vertegenwoordigster van het IPS (Intercultureel Platform Segbroek) denkt dat het veel gedoe is om als nieuwe groep via een bewonersorganisatie subsidie aan te vragen. Bewonersorganisaties hebben al veel werk. Ze vraagt zich af hoe zij dit gaan organiseren.

De stadsdeeldirecteur legt uit dat het niet noodzakelijk is om als nieuwe groep via een bewonersorganisatie subsidie aan te vragen. Dat kan ook via een andere organisatie, als het maar een rechtspersoon is. Als voorbeeld noemt mw. De Bruijne dat er mensen rond een plein zijn die zich verenigd hebben, een rechtspersoon hebben gevormd en nu rechtstreeks subsidie kunnen aanvragen.

Samen

Dhr. Van der Harst van St. Emma’s Hof vult hierop aan dat het belangrijk is dat naast de bestaande wijkverenigingen ook andere groepen op de kaart komen. Dat kan in samenwerking met bestaande bewonersorganisaties, maar kleine initiatieven moeten zich daarnaast ook zelf ontwikkelen. Het is goed als dat niet onder één democratische paraplu hoeft te worden gebracht. Hij vindt dat er geen hoge verwachtingen moeten zijn over de gemeente die mensen in de wijk enthousiasmeert. Dat moet in zijn ogen vanuit bewoners zelf komen. De gemeente is er om te faciliteren. De hulp moet uit de wijkverenigingen komen, omdat zij de weg weten binnen de gemeente.

De wethouder geeft aan dat de betrokkenheid inderdaad vaak dicht bij huis begint. Daar moeten activiteiten ontwikkeld worden, soms in goed overleg met een bewonersorganisatie. Dat wil de gemeente ook stimuleren.

Een van de aanwezigen geeft aan dat ze wel groepen kent die geen aansluiting vinden bij een bewonersorganisatie. In het verleden zijn er dingen voorgevallen. Activiteiten betalen ze nu zelf.

Een bewoonster zou graag zien dat talenten meer benut worden. Het zou goed zijn overzicht te hebben van welke vereniging welk talent heeft en dat er vervolgens uitwisseling komt van talenten, bijvoorbeeld op het gebied van subsidieaanvragen.

Dhr. Dusschoten, voorzitter van BoReVa, vindt het zonde om hier te zijn, want hier wordt politiek gedreven, terwijl hij zich wil inzetten voor de wijk om die beter te maken. Het gaat of staat met chemie in de wijk. Die is hier. Er is veel activiteit. Er moet in zijn ogen ruimte blijven voor initiatieven die zich in zogenaamde grijze gebieden bevinden, maar die wel een kans moeten krijgen. Vrijwilligers die zich voor de lange termijn willen inzetten zijn zeldzaam en moeten gekoesterd worden. Dhr. Dusschoten is bang dat als het werk teveel administratieve rompslomp vraagt,  de spirit op raakt.

Dhr. Duisenburg is voorzitter van de wijkvereniging Vogelwijk. Hij geeft aan dat iedereen die hier aanwezig is de stad beter wil maken. Zowel de vrijwilligers als de gemeente. Toch knapt er iets in de samenwerking. De samenwerking tussen stadsdeel en bewonersorganisaties en bewoners loopt goed, maar met het stadshuis niet.

De wethouder hoopt dat de wijze van participatie met de nieuwe verordening verbeterd wordt. In een vroeg stadium moet de ruimte voor participatie aangegeven worden en de wethouder hoopt dat veel frustratie hiermee voorkomen wordt. Soms er geen ruimte om mee te praten, maar ook dan moet de gemeente daar duidelijk in zijn, benadrukt de wethouder. Niet iedereen die participeert, krijgt gelijk, maar wordt wel gewaardeerd op de bijdrage. Ze is er zelf scherp op dat er langs die lijnen gewerkt wordt.

Dhr. Oostman is bewoner aan het Koningsplein. Ze zijn een ongebonden groep, die al langs de nieuwe lijnen werken. Dat werkt heel goed. Het is logisch dat er verantwoording afgelegd moet worden, want er wordt immers belastinggeld uitgegeven.

Dhr. Van Dijk uit de Bomenbuurt vraagt zich af of er vanuit de gemeente ook wijkoverstijgende overleggen gefaciliteerd worden, bijvoorbeeld in de vorm van een vergaderlocatie.

De wethouder geeft aan dat er in het nieuwe voorstel ook ruimte is bij wijkoverstijgende plannen voor overleg.

Het valt een van de aanwezigen op dat er met veel gemak wordt gepraat over het binnenhalen van vrijwilligers. Het is moeilijk om gemotiveerde mensen te vinden. Een activiteitenplan, dat klinkt mooi, maar activiteiten komen gedurende het jaar op en dan is er geen geld meer.

De wethouder vindt dit een terecht punt van zorg. Het aantrekken van vrijwilligers is een moeilijke opgave. Dichtbij huis zijn mensen gemotiveerd. Misschien is de werkwijze niet meer toereikend en willen actieve groepen liever op een andere wijze werken? Daar moet naar gekeken worden.

Een bewoner is blij dat de wethouder zich open stelt voor brede groepen. Hij vraagt zich af in welke projecten meegedacht kan worden en wie er beslist.

Het college doet een voorstel voor de trede van participatie, legt de wethouder uit. De raad, waar het uiteindelijke besluit ligt, zal het proces kritisch volgen. Er wordt gezocht naar wegen om bewoners eerder en beter te informeren, bijvoorbeeld via mijnraad.nl. De wethouder is zich bewust van het feit dat de gemeente actiever moet communiceren.

Dhr. Duisenberg doet het voorstel om in de verordening voorbeelden van type projecten op te nemen per trede van participatie. De wethouder vindt dit een goed voorstel.

Een bewoonster vertelt over negatieve inspraak. Allerlei avonden was er energie gestopt in een bepaald project en meegedacht en aan het eind van de rit bepaalde de wethouder dat het anders zou moeten. Dit is een belediging voor het vrijwilliger zijn en een belemmering. Meepraten is niet moeten maar ruimte krijgen.

Informatie

Een bewoner geeft aan dat vrijwilliger zijn niet vrijblijvend is. Hij baseert zijn ervaring op ReVa waar hij te weinig betrokken wordt. Als voorbeeld noemt hij de website van ReVa waar geen poll of ruimte voor discussie is. Kom naar mij toe, verzoekt hij de bewonersorganisaties.

Dhr. Tettero van BoReVa geeft aan dat bij ieder artikel op de website ruimte is om te reageren. Ze zoeken vrijwilligers, maar krijgen dan vaak te horen dat ze geen tijd hebben voor vrijwilligerswerk.  Dhr. Dusschoten, eveneens van BoReVa, geeft aan dat het moeilijk is om het 29.000 bewoners naar hun zin te maken. Als er suggesties zijn om de website te verbeteren, ontvangen ze die graag.

Een van de aanwezigen uit haar ongenoegen over het contactcentrum van de gemeente waar geen goed werk geleverd wordt.

De wethouder heeft zelf eens een hele middag bij het contactcentrum gezeten en geeft aan dat de medewerkers een ingewikkelde taak hebben. Er wordt met grote precisie gewerkt, maar de wethouder weet ook dar er wel eens dingen mis gaan.

Aandachtspunten

Naast St. Boog moet St. Voor niet vergeten worden, geeft een van de aanwezigen aan.

De wethouder vertelt dat deze week een voorstel de inspraak in gaat over welzijn. Ook bij St. Voor moet bezuinigd worden. Ze geeft aan dat er op dit voorstel gereageerd kan worden.

Een actieve bewoonster uit Reva maakt haar complimenten voor alle vrijwilligers. Ze vindt dat de gemeente serieuzer moet luisteren naar wat vrijwilligers nodig hebben en dat de verantwoordelijkheid bij de gemeente ligt en niet bij de vrijwilligers.

Een vertegenwoordiger van de kerk geeft aan dat kerken het moeilijk hebben. Zij hebben al ervaring met bezuinigingen. Door meer samen te werken, kunnen de kosten gedeeld worden. Er zijn zaaltjes beschikbaar voor activiteiten. De wethouder wil actief stimuleren dat organisaties elkaar gaan opzoeken.

Dhr. Duisenberg doet het voorstel om ook de kwaliteit van het inspraakproces te toetsen, net zoals dat bewonersorganisaties getoetst worden op hun democratisch vermogen. Hij zou graag zien dat dat wordt vastgelegd in de verordening.

Een van de aanwezigen vindt dat hoe druk je ook bent, voor leuk werk je altijd een gaatje vindt. Ten tweede zegt hij dat hoe meer goede en leuke dingen je om je heen gaat zoeken, hoe meer je er gaat zien. Dat geldt ook andersom.

Een van de aanwezigen wil ervoor pleiten dat de sociale kaart bekend is bij gemeente en bewonersorganisaties en vraagt aandacht voor de kleinere groepen die in opkomst zijn, dat daar naar geluisterd wordt en dat ze ondersteund worden. De kleine groepen worden nu al vaak vergeten, geeft ze aan.

Dhr. Zuidersma zou de wethouder willen verzoeken niet aan het eind van 2012, maar aan het eind van 2011 te bezien wat het effect is van deze bezuiniging.

De wethouder geeft aan dat de bezuiniging onontkoombaar is en in 2013 gaat kijken hoe de nieuwe systematiek werkt en wat voor verbetering vatbaar is.

Afsluiting

Menno Bentveld sluit de avond af. Dit was de 9e bijeenkomst. Er zijn hier grote zorgen over de continuïteit en er wordt geworsteld met de vraag waar vrijwilligers vandaan gehaald moeten worden.

De wethouder heeft goede suggesties gehoord hoe anders werken ook kan. Ze gaat de komende tijd nadenken over de resultaten van de stadsdeelgesprekken. Een gemengd samengestelde werkgroep gaat aan de slag om een advies uit te brengen over het democratisch functioneren. Daarmee gaat de wethouder naar verwachting in het voorjaar naar de raad, die het laatste woord heeft. De wethouder dankt iedereen heel hartelijk voor hun komst en inzet.






Stuur artikel door

*verplicht

Volg DenHaag.nl

Altijd op de hoogte blijven van Den Haag en de ontwikkelingen in de stad? Meld u aan voor de nieuwsbrief @DenHaag.nl. Of volg ons op Twitter of Facebook!

Stadspanel

Denk mee over Den Haag. Geef u op voor het Haags stadspanel. En maak kans op een jaar lidmaatschap van de Openbare Bibliotheek.