
Gepubliceerd: 25 mei 2010 Laatste wijziging: 23 december 2011
Bussen en trams krijgen bij verkeerslichten altijd voorrang. Deze regeling maakt het aantrekkelijk om in Den Haag met openbaar vervoer te reizen. De gemeente wil dat trams en bussen zo weinig mogelijk stoppen voor verkeerslichten. Wel wordt hierbij zoveel mogelijk rekening gehouden met het andere verkeer. De verkeerslichten worden zo ingesteld, dat het overige verkeer hier zo weinig mogelijk last van heeft.
Als de verkeerslichten om welke reden dan ook niet werken, heeft een tram ook voorrang. Behalve als de tram een voorrangsweg kruist. Alleen in dat geval hebben bestuurders op de voorrangsweg voorrang op de tram.
Als er een vrije tram- of busbaan tussen 2 autorijstroken ligt, wordt de voetgangersoversteek meestal opgesplitst in drie delen:
De voetgangerslichten gelden alleen voor de zebrapaden op de autorijstrook en niet voor de oversteek op de tram- en busbaan. Op deze oversteek hebben trams en bussen altijd voorrang en moeten voetgangers dus wachten. De vluchtheuvels aan beide kanten van de baan geven de voetganger de gelegenheid om veilig te wachten, totdat de tram of de bus voorbij is.
In de buurt van tram- en busbanen krijgen voetgangers vaak groen licht, ook bij een passerende tram of bus. Dat is gedaan om de voetgangers en het openbaar vervoer niet onnodig lang op elkaar te laten wachten. Dit zie je bijvoorbeeld op de kruising van de Loevesteinlaan en de Steenwijklaan en op de kruising van de Gevers Deynootweg en de Zwolsestraat.
Waarschuwingslichten en –bellen die dicht bij een verkeerslicht staan worden beheerd door de gemeente. U kunt dan een storing melden bij de gemeente. Staat deze installatie niet bij een verkeerslicht, dan wordt die beheerd door de HTM. Storingen kunt u melden via de HTM Consumentenlijn op (070) 384 86 66.
Altijd op de hoogte blijven van Den Haag en de ontwikkelingen in de stad? Meld u aan voor een van de nieuwsbrieven.
Of volg ons op Twitter of Facebook!