
Gepubliceerd: 16 november 2009 Laatste wijziging: 24 juni 2010
Toespraak door burgemeester Van Aartsen ter gelegenheid van Dutch-American Heritage Day, 16 November 2009
Excellentie,
Dames en heren,De banden tussen de Verenigde Staten en Nederland zijn oud en hecht.
Nederland erkende als een van de eerste landen de Verenigde Staten. De latere president John Adams was de eerste Amerikaanse ambassadeur in Nederland. Op 20 april 1782 bood hij zijn geloofsbrieven aan in de Treveszaal, hier in Den Haag.
Theodore – Teddy – Roosevelt, een van mijn favoriete Amerikaanse presidenten, reisde 125 jaar eeuw later naar Den Haag voor de Tweede Vredesconferentie, die hij zelf had geïnitieerd. Hij verbleef in Hotel des Indes, dat nog steeds in het bezit is van een dankbriefje van de president met Nederlandse wortels.
Vandaag, 16 november, de dag dat 233 jaar geleden vanaf het eiland Sint Eustatius Nederland voor het eerst de nieuwe vlag van de Verenigde Staten salueerde, staan we op feestelijke wijze stil bij die bijzondere band tussen onze beide naties. Ontelbare Amerikanen hebben, net als president Teddy Roosevelt, Nederlandse voorouders.
Ambassadeur, ook hebt alle reden om deze dag te vieren. Sterker nog, u hebt niet alleen Nederlandse maar ook Haagse wortels! Uw ouders zijn hier getrouwd en hebben hier een huis laten bouwen dat er nog steeds is. En nu bent u dan zelf, als ambassadeur van de Verenigde Staten, inwoner van Den Haag geworden.
Niet alleen de contacten tussen Nederland en Amerika zijn hecht, ook Den Haag koestert nauwe banden met de Verenigde Staten. Ik sprak al over John Adams. De Amerikaanse gemeenschap is hier van oudsher goed vertegenwoordigd. En als ik naar de toekomst kijk, dan verwacht ik eerlijk gezegd dat de relatie tussen Den Haag en Amerika alleen maar sterker zal worden.
President Obama zet in op een vernieuwing van de internationale samenwerking. Den Haag, als stad van Grotius, de vader van het begrip ‘internationale gemeenschap’, zou in dat proces van herbezinning bijzonder goed een rol kunnen vervullen. Dankzij de aanwezigheid van zoveel internationale organisaties, zowel kleine als grote, oude en nieuwe, is Den Haag eigenlijk een soort proeftuin voor veranderingen op het gebied van internationale samenwerking en internationale wetgeving.
Onze stad vormt een goede afspiegeling van de enorme verscheidenheid aan actoren in de internationale gemeenschap. Den Haag is wat dat betreft constant in beweging: zo mogen we volgend jaar het Martin Luther King Centre verwelkomen. Tegelijkertijd werken we hard aan het opbouwen van het Institute of Global Justice, een multidisciplinair topinstituut waar ondermeer Madeleine Albright haar medewerking aan toe heeft gezegd.
Maar dat kunnen we niet alleen, daarvoor moeten we ook de komende generaties winnen. Drie Haagse scholieren die hier aanwezig zijn, Gijs Keser, Caroline Boutrus en Jonathan Heemskerk, reisden eerder dit jaar als winnaars van een essaywedstrijd naar de Verenigde Staten.
Als ambassadeurs van morgen en wereldburgers van de toekomst bezochten jullie het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York. Jullie reis symboliseert de uitgesproken wens dat de banden tussen Den Haag, Verenigde Staten en de internationale gemeenschap de komende jaren alleen maar hechter zullen worden. Dat is iets waar ook ik mij met hart en ziel voor in zal zetten.
Altijd op de hoogte blijven van Den Haag en de ontwikkelingen in de stad? Meld u aan voor een van de nieuwsbrieven.
Of volg ons op Twitter of Facebook!