
Gepubliceerd: 20 augustus 2009 Laatste wijziging: 04 januari 2011
De ondiepe polders bestaan uit verschillende bodems. Bijvoorbeeld klei, veen en zand. Hoe loopt het regenwater weg? En hoe wordt het grondwaterpeil geregeld?
De ondiepe polders in Den Haag zijn:
Er zijn verschillende bodems in deze gebieden. Zoals zandgronden, klei- en veenlagen. Oorspronkelijk bestaat de Noordpolder uit klei en veen. Voor de woningbouw is de Noordpolder verhoogd met zand. Dat geldt ook voor de polder Mariahoeve en de Eshofpolder. In Mariahoeve bestaat de bodem oorspronkelijk uit veen. En in de Eshofpolder vooral klei.
In de polders zijn veel sloten, die door pompjes op peil (hoogte waterstand) worden gehouden. Dit peil is bepalend voor het grondwaterstandpeil. Natuurlijke schommelingen in de grondwaterstanden zijn daarom beperkt tot enkele decimeters.
Ontwateren is het droogmaken van een gebied. Dat gebeurt bijvoorbeeld via sloten. Maar ook via drainageleidingen. Dit zijn buizen met gaatjes of sleuven die overtollig regen- of grondwater afvoeren naar de riolering en de sloten. Slechts een klein deel van de regen zakt in de bodem. Daardoor is de invloed van het duingebied op het grondwater in de polder veel minder dan in het boezemland.
Altijd op de hoogte blijven van Den Haag en de ontwikkelingen in de stad? Meld u aan voor een van de nieuwsbrieven.
Of volg ons op Twitter of Facebook!