skip_navigation_text skip_navigation_text
  • NL Nederlands
  • lees voor
  • rss
Uw zoekopdracht Uw zoekopdracht

15 jaar Beelden aan Zee!

Gepubliceerd: 03 december 2009 Laatste wijziging: 28 februari 2012

Beelden aan Zee bestaat 15 jaar. Het is een bijzonder museum, met een bijzondere geschiedenis. Het draait grotendeels op vrijwilligers en heeft zijn eigen Sculptuur Instituut. Directeur Jan Teeuwisse vertelt.

Jan Teeuwisse (foto Hans Oostrum)
Jan Teeuwisse (foto Hans Oostrum)

Een bijzonder verzamelaarsechtpaar

‘In de hal van ons museum zie je een reliëfportret van Theo en Lida Scholten. Zij staan aan de basis van dit museum. Theo was een selfmade man, van eenvoudige komaf, die het tot gepromoveerd econoom en topman in het bedrijfsleven schopte, maar hij stond bijvoorbeeld ook aan de basis van Novib. Midden jaren ’60 kocht het echtpaar in een galerie een eerste beeldje. Ze maakten toen de keuze om een verzameling hedendaagse beeldhouwkunst aan te gaan leggen. Dat is bijzonder, want Nederland is helemaal geen sculptuurland. Ze kochten puur wat ze mooi vonden, vaak direct uit de ateliers, om jonge kunstenaars te stimuleren. Ze omringden zich met kenners, die goede adviezen gaven. Na verloop van tijd merkten ze, dat eigenlijk al hun beelden mensfiguren waren. Dat gold als not done in die tijd, abstract was de norm. Maar de Scholtens wóónden temidden van die beelden in hun huis in Bilthoven.’

‘Om de collectie toekomst te geven gingen ze denken aan een museum. Wim Quist, die ook het Museon en de nieuwbouw van Kröller-Müller ontwierp, zou het in Bilthoven gaan bouwen, maar de buren bleven procederen. Die waren bang voor busladingen toeristen. Het echtpaar woonde inmiddels zelf in Scheveningen. Bevriend beeldhouwer Arthur Spronken kwam op bezoek, keek door de grote glaswand uit over het duin – toen zo’n plaats waar de plaatselijke horeca zijn bouvier uitliet – en vroeg: waarom bouw je het niet gewoon híer? Letterlijk de volgende morgen is Theo naar burgemeester Havermans gegaan. De gemeente was direct enthousiast. Het museum is in grote vormen gebouwd, evenwichtig, half in het duin. Alle ruimten zijn ontworpen voor de expositie van driedimensionale objecten. Er zijn patio’s en terrassen, een overgang tussen de binnen- en buitenruimtes. En het licht is er altijd heel mooi, echt zeelicht. Door de manier van bouwen heb je ’s zomers niet in de gaten hoe druk het op de boulevard is. Het museum is zelf eigenlijk een soort van sculptuur.’

Draaien op vrijwilligers

Het museum ging in 1994 open. Het is particulier en draait grotendeels op vrijwilligers. Theo Scholten wierf een groep leeftijdgenoten, zoals in de Verenigde Staten ook veel gepensioneerden zich nog graag nuttig maken in hun vakgebied. ‘Dat blijft niet beperkt tot de winkel of het café, nee, de vrijwilligers draaien hier het dagelijks bedrijf. Ze volgen eerst een cursus van een jaar, elke week een avond. Daar spreken beeldhouwers, directeuren, een bronsgieter, een penningmaker. Ze moeten echt inhoudelijke kennis opdoen. Door de vrijwilligers kan het museum draaien zonder structurele overheidssubsidie. Daarnaast hebben we stagiairs. Die maken in 3 maanden het hele traject rondom een tentoonstelling mee. Soms zijn ze 20, 21 jaar en hartstikke goed. Vaak stromen ze door naar andere musea.’

‘Toen Theo en Lida op zoek gingen naar opvolgers, stelden ze een manager aan voor de dagelijkse gang van zaken. Voor het inhoudelijke werk benaderden ze mij. Ik ben als kunsthistoricus gespecialiseerd in hedendaagse beeldhouwkunst, ik had wel eens dingen voor Theo gedaan. Ik had het naar mijn zin in de baan die ik had en aarzelde. Vooral mijn vrouw en mijn goede vriend Reindert Falkenburg trokken me over de streep.’

Hersenen van het museum

‘Falkenburg was jarenlang mijn collega op het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie. Hij is nu professor aan de New York University en zet een dependance daarvan op in Abu Dhabi. Reindert bracht me op het idee om het museum uit te breiden met een onderzoeksinstituut. In die tijd gooiden de meeste Nederlandse musea hun bibliotheek eruit, het ging alleen nog om tentoonstellingen. Maar in Amerika neem je een museum zonder instituut nauwelijks serieus. Zo kwam er het plan voor een Sculptuur Instituut. Een kleine, efficiënt in elkaar gezette denktank, de hersenen van het museum. Toen Theo meteen enthousiast bleek over het idee, kon ik niet meer terug. In 2002 ben ik directeur geworden van museum én instituut. We hebben een grote bibliotheek, die inzoomt op alleen sculptuur. Daardoor kunnen we álles kopen wat er op dat gebied verschijnt. Daarmee kunnen we ook met andere bibliotheken uitwisselen. We publiceren een monografieënreeks en elk jaar een nummer van ‘Sculptuurstudies’, een soort jaarboek. De staf van het instituut wordt gevormd door 3 kunsthistorici die leiding geven aan ook weer 25 vrijwilligers.’

Leerstoel

‘We streven nu naar een buitengewone leerstoel aan de Universiteit Leiden. De nieuwe hoogleraar moet zich onder andere gaan richten op de moderne beeldhouwkunst als maatschappelijk verschijnsel. Het is toch kunst die op straat staat. Je ziet dat beelden heel veel los kunnen maken bij publiek. Neem het Wilhelminamonument van Charlotte van Pallandt op het Noordeinde. Er waren eerst andere plannen, maar daar stond de bevolking van op zijn achterste benen. Je kunt wel met de ‘incrowd’ een beeldhouwer kiezen die artistiek echt iets aan een stad toevoegt, als het ontwerp niet gedragen wordt door de inwoners, wordt het niks. Dan gaan mensen het nooit als ‘hun beeld’ voelen.’

Van tentoonstellingen tot jazz

Beelden aan Zee toont zowel de eigen collectie als werk van daarbuiten. ‘De eigen collectie bestaat uit mensbeelden, maar daarbinnen zoeken we de grenzen op, in materialen, in stijlen. Ik bedoel, een conceptueel oor kan ook een mensbeeld zijn. We laten de beelden ook buiten het museum zien. In de tuinen van Paleis Soestdijk verzorgen we een gastexpositie met internationale beeldhouwkunst, en in het Drentse landhuis Havixhorst met Nederlandse beeldhouwkunst.

Het tentoonstellingsbeleid overstijgt het mensbeeld, daar gaat het om de stormachtige ontwikkelingen in de moderne en hedendaagse internationale beeldhouwkunst, inclusief installaties, videokunst en andere randgebieden. Op het moment exposeren we werk van Sandro Setola, winnaar van de Charlotte van Pallandtprijs. Zaterdag (5 december 2009) interviewt Wim Noordhoek Setola voor het VPRO-programma De Avonden. We moeten wel heel kritisch zijn. Je kunt maar een beperkt aantal dingen tegelijk tentoonstellen en er gebeurt zo veel in de beeldhouwwereld! Naast de tentoonstellingen is er vaak toneel en jazz in het museum en geregeld op zondagochtend een klassiek concert. Als er ooit een Haagse museumnacht komt, hebben wij de ervaring al!’

Ayala Serfaty, 'Soma', 2008, 800x500x30cm, glassfibres en polymeren (foto: Albi Serfaty)
Ayala Serfaty, 'Soma', 2008, 800x500x30cm, glassfibres en polymeren (foto: Albi Serfaty)

In het jubileumjaar – 15 jaar – wil Beelden aan Zee vooral meer mensen uit Den Haag zelf naar het museum halen. ‘Het lijkt soms of het buiten de stad bekender is dan in Den Haag zelf. We gaan de buurt uitnodigen voor één van onze jazzconcerten. Dichterbij de North Sea kan jazz niet zijn. En op 2e Kerstdag kun je hier komen uitbuiken met een Glühwein. Heerlijk toch?’

Activiteiten rondom 15 jaar Beelden aan Zee:

  • In de kerstvakantie zijn er drie bijzondere tentoonstellingen te zien: spektakel met Setola in de Grote zaal (met orgelmuziek); de gieting van de Haagse Wilhelmina, in 1986 getekend door Ploos van Amstel (in het Kabinet); de installatie van Serfaty in de Kleine zaal. In de Cinema draaien de documentaires 'Over Setola' (Sebastiaan Lefevre / Ard van Rijn) en 'Serfaty'. Er zijn rondleidingen door Setola zelf en er zijn workshops voor kinderen. Nabij: het strand om uit te waaien, de ijsbaan voor het Kurhaus en een aantal van onze beelden in ijs uitgevoerd, te zien in een iglo tegenover het casino.
  • 19 februari 2010 opent een grote tentoonstelling van de Zwitserse collectie Simon Spierer, met 50 werken van onder andere Brancusi, Moore, Bourgeois en Giacometti
  • In de zomer van 2010 komt er een overzichtstentoonstelling ‘Vaders en zonen’ in de Nederlandse beeldende kunst, waarin generaties beeldhouwers zelf hun artistieke opvolgers hebben aangewezen
  • In het najaar van 2010 komt er een tentoonstelling ‘The Unwanted Land’ over migratie

Meer informatie:



Stuur artikel door

*verplicht