
Gepubliceerd: 25 mei 2010 Laatste wijziging: 23 december 2011
Ergert u zich ook wel eens als u wacht voor een rood verkeerslicht? Toch staat een verkeerslicht bijna nooit té lang op rood. Verkeerslichten helpen het verkeer beter door te stromen. Ook zijn ze onmisbaar voor de verkeersveiligheid. Maar hoe werken ze eigenlijk?
Een verkeerslicht ziet auto’s, fietsers, brommers of voetgangers door:
Bussen en trams hebben zendertjes. Daarmee geven ze een signaal aan een speciale detector in het wegdek. Zo weet het verkeerslicht dat ze eraan komen. Lees hoe dit werkt bij bussen en trams krijgen altijd voorrang.
Bij veel verkeerslichten liggen detectoren in het asfalt. Zolang deze detector verkeer ‘ziet’, blijft er groen licht. Natuurlijk met een maximum, omdat ook het kruisende verkeer door moet. Gemiddeld staat een verkeerslicht tussen de 20 en 40 seconden op groen. Ziet de detector al eerder geen verkeer meer? Dan gaat het verkeerslicht sneller naar rood.
De camera’s die door de gemeente zijn geplaatst worden gebruikt voor:
In beide gevallen worden er geen beelden opgeslagen. Snelheidscamera’s en rood licht camera’s zijn niet van de gemeente.
Ziet u een verkeerslicht dat is beschadigd of niet werkt zoals het hoort te werken, meld dit dan meteen bij de gemeente. Dan kan het gerepareerd worden
Wilt u op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen over activiteiten die de gemeente voor en met ondernemers in de stad doet?
Meld u aan voor de digitale nieuwsbrief Ondernemen.